Lennart Bengtsson blijft de gemoederen bezig houden. Ik stuurde hem na zijn besluit uit de GWPF te stappen een lijst met tien vragen. Lastige vragen vermoedelijk want ik vind dat hij met meer details naar buiten zou moeten treden over de e-mails die hij ontving. Hoe dan ook, geen antwoord meer van Bengtsson, die eerder steeds heel snel antwoordde op e-mails. Op twitter gisteren werd gesuggereerd dat hij tijd nodig heeft. Ik vraag me af of dat de reden is van het niet reageren want dit weekend verscheen wel een uitgebreide reactie van zijn hand op een Zweedse website. Hans Labohm woonde een tijdlang in Stockholm en spreekt goed Zweeds en heeft het artikel vertaald. Dank Hans.

Paul Matthews heeft ook een helder overzicht gemaakt van de gebeurtenissen. De reactie van Judith Curry mag je zeker niet missen. Die wijst terecht op de hypocrisie in de klimaatgemeenschap. Van Greenpeace en WWF-medewerkers wordt het geaccepteerd dat ze lead author worden bij het IPCC, maar als een door de wol geverfde wetenschapper een onbetaalde adviesrol gaat vervullen bij de GWPF dan is de wereld te klein.

Hier het integrale stuk van Bengtsson:

Enige overpeinzingen over het klimaat en onze mogelijke toekomst

Op het blog van ‘Stockholms Initiativet’ schreef Lennart Bengtsson een ‘posting’ getiteld: ‘Några tankar om klimatet och vår möjliga framtid’. De vertaling daarvan volgt hier.

 Zo, en geloof je nu in opwarming?

Zoals de meeste vaste bezoekers van dit blog zullen weten – maar nauwelijks degenen die zijn aangewezen op de reguliere Zweedse media – is er rond mij onlangs grote commotie ontstaan. Ik zal hier geen overzicht geven van de media–aandacht die dat heeft gekregen, maar in plaats daarvan proberen om mijn gedachten en handelingen in een breder perspectief te beschrijven.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik enorme steun van collega’s, academici en het grote publiek in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Duitsland heb gekregen. Ik voel me bijna een vrijheidsstrijder. Ik heb echter geen overdreven illusies want ik ken de macht van het establishment. Het is in ieder geval verheugend om kennis te maken met de liberale en open traditie van de Engels media. De Zweedse media lijken nog te verkeren in de tweede helft van de 19e eeuw, een situatie die we die kennen uit Strindberg’s ‘Röda rummet’ (De rode kamer).

Het is naar mijn mening zeer waarschijnlijk dat de temperatuurstijging sinds het einde van de 19e eeuw deels is veroorzaakt door de toename van broeikasgassen. Maar daarvoor is nauwelijks een strikt bewijs, omdat we nooit zullen weten wat de natuur zou hebben gedaan als de broeikasgassen op het niveau van 150 jaar geleden zouden zijn gebleven. Maar de opwarming is zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een aantal factoren, die door laboratoriummetingen en gedetailleerde studies van de absorptiespectra van broeikasgassen bekend zijn. Maar andere, minder bekende, mogelijkheden kunnen niet worden uitgesloten. Wat we tot nu toe hebben gezien, is dat de temperatuur op aarde is gestegen met ongeveer 0,8 °C, terwijl het stralingseffect van broeikasgassen in dezelfde periode is gestegen met ongeveer 2,7 W/m2. Als het waar is dat alle opwarming dient te worden toegeschreven aan de uitstoot van broeikasgassen, hebben we een tijdelijke klimaatgevoeligheid van ongeveer 0,3 °C/Wm-2, hetgeen waarschijnlijke een verdere opwarming oplevert van 0,4 °C over 25 jaar wanneer het broeikaseffect stijgt tot 3,7 W/m2 (deze waarde komt overeen met een verdubbeling van CO2).

Zoals de meeste mensen weten, geeft het IPCC een bandbreedte van 1,5 °C – 4,5 °C voor een verdubbeling van CO2 op basis van een evaluatie van modelsimulaties met de huidige algemene circulatiemodellen. En dit zonder vermelding van de meest waarschijnlijke waarde. Het is een eerlijke manier om de grote onzekerheid uit te drukken, die ook 35 jaar geleden reeds bestond. Uiteraard is er een groot verschil tussen empirische gegevens en modelberekeningen.

Hoe moeten we dit alles nu interpreteren? Allereerst ben ik van mening dat alle modelresultaten met enige scepsis dienen te worden beschouwd, omdat het eenvoudigweg niet mogelijk is om het toekomstige weer te berekenen. Dat geldt grotendeels ook voor het klimaat. Bovendien zijn de modellen bijzonder gevoelig voor factoren die van grote invloed zijn op de klimaatgevoeligheid, zoals wolkenvorming en convectie – processen die nog niet op bevredigende wijze in de modellen kunnen worden geïncorporeerd.

De meeste mensen, in ieder geval in Europa, gaan uit van het voorzorgsbeginsel. Dat wil zeggen dat men in onzekere gevallen geen risico dient te nemen of het risico ten minste dient te minimaliseren. Dit is echter niet helemaal waar omdat we voortdurend risico’s nemen of worden gedwongen risico’s te nemen. Sommige van mijn prominente buitenlandse collega’s willen het voorzorgsbeginsel boven alles stellen, hetgeen wellicht ook (stilzwijgend) gold voor de schrijvers van het artikel in ‘Dagens Nyheter’ (Dagelijks nieuws) van een week geleden. De dominantie van een dergelijke principe is misschien gerechtvaardigd in een staat van oorlog of wanneer we zouden worden geconfronteerd met de dreiging van een nieuwe Zwarte Dood. Maar het kan niet worden toegepast in geval van een vaag en onbestemd probleem als de opwarming door broeikasgassen. Het is net als speculeren op de aandelenmarkt. Gaat het fout, dan heeft men geen geld meer over.

De bezorgdheid over klimaatverandering betreft vooral kooldioxide, die vrijkomt omdat we wereldwijd voor meer dan 80% gebruiken maken van fossiele brandstoffen en voor meer dan 10% van bio–energie. De rest is kernenergie, waterkracht en kleine hoeveelheden wind en zon. De vraag naar energie is veel groter dan het aanbod van energie; de helft van de wereldbevolking heeft een tekort aan energie en 1,3 miljard mensen hebben geen toegang tot elektriciteit. Als men in een dergelijke situatie praat over een energiemoratorium getuigt dit zowel van fundamentele onwetendheid als een bijna totaal gebrek aan perspectief.

Naar verwachting zal de energievraag in 2050 ongeveer 350 000 TWh/jaar bedragen, of ongeveer het dubbele van die van vandaag. Dit kan onmogelijk worden geproduceerd met wind– en zonne–energie, vooral niet in het grote aantal steden op aarde met al meer dan 10 miljoen inwoners. Men kan proberen uit te rekenen welke oppervlakten nodig zijn voor de plaatsing van windmolens of zonnepanelen en welke gevolgen dat heeft voor de voedselproductie! Of men kan uitrekenen of er voldoende zeldzame aardmetalen zijn voor de productie van de magneten in de windspoelen.

Als de beschikbaarheid van fossiele energie afneemt, is kernenergie onontbeerlijk om aan de toekomstige energiebehoefte te voldoen. Bovendien zullen de arme landen niet aan de politici in Europa of de VS daarvoor toestemming vragen. Dat doet China niet en dat deden wij ook niet toen wij in de 20ste eeuw ons energiesysteem opbouwden.

Om een wat men als een ethisch verdedigbaar systeem beschouwt te bereiken – dat wil zeggen: het risico om het arme deel van de mensheid op te offeren uit angst voor een iets warmere wereld – willen sommigen nog verder gaan en morele principes introduceren die zouden moeten prevaleren boven wetenschappelijk werk. Ze denken dan aan ‘goede’ wetenschap die bij voorkeur door de politiek zou moeten worden bepaald of eenvoudigweg in zodanige banen zou dienen te worden geleid dat het resultaat overeenkomt met de wensen van de gemeenschap.

Hoe absurd dit ook moge lijken, er zijn reeds krachten die in deze richting neigen. Zelfs de minder belezenen onder ons zullen waarschijnlijk wel het e.e.a. hebben vernomen over hoe dit soort ‘goede’ krachten hebben geholpen om zowel het nazisme als het communisme vorm te geven. Het is belangrijk te beseffen dat er geen alternatief is voor een open en liberale samenleving, omdat men er nooit zeker van kan zijn hoe de ‘goede’ krachten zich in de toekomst zullen gedragen.

Mijn aanpak verschilt van een dergelijke strategie, en ik denk dat het helaas bijna zinloos is om de toekomst te plannen op een manier die sommige sociale ingenieurs voor ogen hebben. De enige realistische benadering is om zich te concentreren op een aanpassing van het zelfde soort als we al hebben gedaan op het gebied van bevolkingsgroei, die ondanks alle klachten goed is opgevangen. Zweden heeft in vele opzichten goed opgeleide immigranten die compensatie bieden voor het slechte inheemse onderwijs of de werkschuwe autochtone Zweden. Hetzelfde gebeurde in de VS.

Als de zeespiegel te veel stijgt, moeten we verhuizen of dijken bouwen. Als de temperatuur in de zomer te hoog oploopt, kunnen we airconditioning plaatsen, net zoals ook in de warmere delen van de Verenigde Staten gebeurt en ga zo maar door. De menselijke creativiteit is best in staat om nieuwe energiesystemen te ontwikkelen, die zelfs de slimsten onder onze sociale ingenieurs zich vandaag de dag nog niet kunnen voorstellen. Voor al diegenen die zich zorgen maken: ga gewoon 100 jaar terug in de tijd en denk na over wat er sindsdien is gebeurd. Dan zul je beseffen dat de toenmalige toekomstprognosen er totaal naast zaten.

Het benadering van het klimaatvraagstuk lijkt tegenwoordig niet meer te worden bepaald door rationaliteit. ‘Klimaat’ is uitgegroeid tot een ideologie, of eerder nog een religie. Niet in het minst in ons land, heeft deze het vacuüm dat door de ontkerstening is ontstaan, opgevuld. Het is om deze reden dat het debat zo irrationeel is geworden. Voor een agnost als ik is dat een onbehagelijk en zelfs bijna bedreigende situatie. Uit lezing van verschillende e-mails en blogreacties gedurende de de laatste week blijkt het niet om mijn wetenschappelijke bijdragen te gaan, maar stoort men zich aan mijn gebrek aan geloof in de klimaatorthodoxie. De woedende afrekening met mij van professor Häggström, die nu over de hele wereld is verspreid, getuigt van teleurstelling over de afvallige, die hij vroeger vertrouwde en tegen wie hij opzag, maar die nu zijn geloof heeft verloren en zich bij de volgelingen van de duivel heeft geschaard. Toen ik dat las, bekroop mij een gevoel van angst. Ik begon mij af te vragen of het werkelijk zo ver was gekomen dat zelfs de wetenschap geen veilige plek meer bood voor rationeel denken. Ik begon ook te beseffen wat de wetenschappers in de 17e eeuw hebben moeten doormaken toen de Jezuïeten er met ferme hand voor zorgden dat iedereen gelijk dacht.

Lennart Bengtsson 17/05/14