[Update: Met dank aan Simon Rozendaal is hier nu ook het volledige interview met Bengtsson destijd in Elsevier]

De beslissing van Lennart Bengtsson om toe te treden tot de Academic council van de GWPF heeft behoorlijk wat aandacht getrokken. Na mijn eigen interview met hem volgden interviews met Hans von Storch, Axel Bojanowski in Der Spiegel en een verhaal in de Basler Zeitung. Wat opvalt is dat Bengtsson telkens benadrukt dat hij altijd “sceptisch” is geweest.

In zijn interview met mij schreef Bengtsson:

I have always been sort of a climate sceptic. I do not consider this in any way as negative but in fact as a natural attitude for a scientist. I have never been overly worried to express my opinion and have not really changed my opinion or attitude to science.

Nu zegt dat op zichzelf weinig. In debatten tussen sceptici en mainstreamers zeggen mainstreamers ook geregeld dat “alle wetenschappers sceptisch zijn” en het zegt dus op zichzelf weinig over hoe mainstream dan wel sceptisch Bengtsson feitelijk is.

Simon Rozendaal van Elsevier stuurde me een e-mail met citaten van Bengtsson waaruit blijkt dat Bengtsson inderdaad al heel vroeg in het klimaatdebat openlijk zeer kritisch was over de dreiging van het broeikaseffect. Uit de e-mail van Rozendaal:

Ik publiceerde op 27 oktober 1990 (!), toen hij al directeur was van het centrum in Hamburg, een interview met hem in Elsevier. De kop: Een koele deken van wolken. Onderkop: Klimaatdeskundige Bengtsson relativeert dreiging van broeikaseffect.

In het interview benadrukt Bengtsson o.a. de onvolledigheid en grofmazigheid van de computermodellen waarop de broeikascommotie is gebaseerd en dat we veel te weinig van wolken begrijpen.

Wat citaten:

‘Er is bij het broeikaseffect een wisselwerking tussen de media, de politiek en de wetenschap. Elke partij vuurt de andere aan. De wetenschap staat onder druk, omdat iedereen een advies van ons wil. Wij mogen echter niet de indruk wekken dat de catastrofe aanstaande is. Het broeikaseffect is een probleem dat nog honderden jaren onder ons zal zijn. De klimaatdeskundigen moeten de moed hebben om te zeggen dat we het nog niet zeker weten. Wat is er verkeerd aan dat luid en duidelijk te zeggen?’

‘Er is geen enkele steun voor de claim dat het broeikaseffect al merkbaar zou zijn. Men zegt dan dat het zuidelijk halfrond al opwarmt. Daar zijn echter maar zo weinig observatieposten dat er over de temperatuur daar hoegenaamd niets zinnigs te zeggen is.’

‘Velen van ons voelen zich uiterst ongemakkelijk met wat er allemaal over het broeikaseffect wordt beweerd. Het is al dertig jaar bekend. Niemand had het er over omdat de temperatuur de afgelopen dertig jaar lichtelijk is gedaald. Pas nadat in de warme zomer van 1988 Jim Hansen van de Nasa het onderwerp weer oppikte, is het op de politieke agenda gekomen. Daar is niets op tegen. Als je een paar honderd jaar vooruit kijkt zou het broeikaseffect best een ernstig probleem kunnen worden. Sommige maatregelen zijn ronduit verstandig: energie besparen en minder afhankelijk worden van olie, dat zijn goede zaken. Maar men mag het broeikaseffect niet oversellen. Er zijn talloze vervuilingsproblemen die urgenter zijn, zoals het probleem van de zwaveldioxide in Oost-Europa.’

Wow! Wat mij het meest frappeert aan de uitspraken is dat ze anno 2014 nog steeds opgaan. Wolken zijn nog steeds onbegrepen, de grofmazigheid van modellen is nog altijd een issue. “Als je een paar honderd jaar vooruit kijkt zou het broeikaseffect best een ernstig probleem kunnen worden.” Ook die opmerking kun je nog steeds prima maken. De citaten laten helaas ook zien hoe bedroevend weinig vooruitgang er is geboekt in het wetenschappelijke klimaatdebat.

Rozendaal voegde er nog dit aan toe:

De wereld is niet zwart of wit (scepticus of alarmist), er zijn op zijn minst vijftig tinten grijs.