[Update 30 april]
Mijn keuze voor het citaat van Bengtsson krijgt een opmerkelijk staartje. Zojuist maakt GWPF bekend dat Bengtsson is toegetreden tot de council van de GWPF, waar onder andere ook Lindzen, McKitrick en Tol in zitten. Zie
http://www.thegwpf.org/professor-lennart-bengtsson-joins-gwpf-academic-advisory-council/

Verandert dit de situatie? Behoort Bengtsson nu definitief tot de “twijfelbrigade”?

Ik ben benieuwd of de GWPF dan wel Bengtsson met een uitgebreidere toelichting zullen komen. Ik denk dat velen in de klimaatgemeenschap deze beslissing met gefronste wenkbrauwen zullen aanhoren. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
[einde update]

Jan Paul van Soest presenteerde gistermiddag in De Balie in Amsterdam zijn boek De Twijfelbrigade. Er was een bijeenkomst van ruim twee uur, ingeleid door Maurits Groen (die het boek heeft uitgegeven) en geleid door Pier Vellinga. Er was een debat waar geen leden van de twijfelbrigade voor waren uitgenodigd. In het panel zaten Monique Riphagen van het Rathenau Instituut, Liset Meddens van Fossil Free NL, socioloog Gert Spaargaren van Wageningen Universiteit, organisatie-adviseur Erik van Praag, onderzoeker en blogger Bart Verheggen en journalist Martijn van Calmthout van de Volkskrant. Hans Labohm en ik waren voor zover ik kon nagaan de enige twee aanwezigen namens de ‘twijfelbrigade’.

Het boek kreeg al voor de lancering de nodige aandacht in de media, een uitgebreid interview in Trouw (waarin Labohm en ik beiden genoemd worden) en gisteren een in de Volkskrant (niet online beschikbaar). Maarten Keulemans schreef op persoonlijke titel een Volkskrant-blogartikel dat heel kritisch van toon is en dat als teneur heeft dat Van Soest als duurzame ondernemer belang heeft bij een alarmistische boodschap. Van Soest was overduidelijk woest over dat artikel en noemde het gisteren een “sardonisch stukje”.

Het boek zelf heb ik vooralsnog alleen maar kunnen scannen. Duidelijk is dat Van Soest een serieuze poging heeft ondernomen om klimaatsceptici in kaart te brengen. Hij scheert ze niet over een kam en onderscheidt wel zes, zeven verschillende typen klimaatsceptici. Daarover later meer als ik het boek gelezen heb.

Ik baseer mijn eerste reacties nu vooral op de interviews in Trouw en de Volkskrant, op de bijeenkomst gisteren en op het voorwoord. Het belangrijkste wat opvalt is dat “de klimaatconsensus” zoals die is vastgesteld door “de Klimaatwetenschap” als een in steen gebeitelde waarheid gezien moet worden. Iedereen die daar nog aan twijfelt behoort tot de twijfelbrigade en die is zoals het woord al zegt alleen maar uit op twijfel zaaien en niet op waarheidsvinding of wetenschappelijk inzicht. Uit het voorwoord:

De klimaatsceptici zijn erin geslaagd de wereld op zijn kop te zetten, door klimaatwetenschap en -wetenschappers in het verdomhoekje te plaatsen, in plaats van wetenschappelijke kennis te accepteren als de beste beschrijving en begrip van de realiteit.

Hier gaat het me even om het tweede vetgedrukte deel. De Klimaatwetenschap (met een hoofdletter K) heeft ons de beste beschrijving en begrip van de realiteit gegeven. Dit is de klimaatconsensus. In het boek zal er hopelijk een enigszins genuanceerde versie van die klimaatconsensus worden gegeven. Gisteren beperkten de heren in het panel zich echter tot een karikatuur van die consensus. Namelijk dat het 5 VWO natuurkunde is en dat iedereen het dus zou moeten kunnen snappen. Vier, vijf maal viel ook de term “het absorptiespectrum van CO2”. Waarmee geïmpliceerd werd dat het toch logisch is dat CO2 voor opwarming zorgt. Door dit op te merken suggereerden de panelleden dat de twijfelbrigade dat soort basiskennis in twijfel trekt. Het overgrote merendeel van de klimaatsceptici doet dat echter niet.

Klimaatconsensus
Ik bestrijd de basisaanname die er achter het boek zit, namelijk dat er een in steen gebeitelde klimaatconsensus is waarover alle Klimaatwetenschappers (behalve dan die 100-tal vooral Amerikaanse twijfelzaaiers) het eens zouden zijn. Als er al een consensus is dan is die tamelijk betekenisloos. Ja inderdaad CO2 is een broeikasgas, ja CO2 leidt tot opwarming, ja CO2 neemt toe door de mens, ja een deel van de opwarming die we hebben ervaren zal door broeikasgassen komen. ‘Twijfelzaaiers’ als Roy Spencer en Patrick Michaels die geregeld genoemd worden in het boek zullen al deze stellingen beamen. Desalniettemin vinden zij dat CO2 geen groot probleem is. Dus hoe precies luidt die klimaatconsensus?

Hieronder volgt een citaat uit een recent verschenen opiniestuk. Vraag: wordt hier de klimaatconsensus omschreven en zo niet is dit dan geschreven door iemand van de twijfelbrigade?

Meer CO2 in de atmosfeer leidt zonder twijfel tot opwarming van het aardoppervlak. De mate en snelheid van deze opwarming zijn echter nog steeds onzeker, omdat we het broeikaseffect nog altijd niet goed genoeg kunnen scheiden van andere klimaatinvloeden. Hoewel de stralingsforcering door broeikasgassen (waaronder methaan, lachgas en chloorfluorkoolwaterstoffen) is gestegen tot 2,5 Watt per vierkante meter sinds het midden van de negentiende eeuw, laten de waarnemingen slechts een gematigde opwarming zien van 0,8 graden Celsius. De opwarming is dus aanzienlijk kleiner dan voorspeld door de meeste klimaatmodellen. Bovendien was de opwarming in de afgelopen eeuw niet gelijkmatig. Periodes van duidelijke opwarming werden gevolgd door perioden met helemaal geen opwarming of zelfs afkoeling.

De complexe en slechts gedeeltelijk begrepen relatie tussen broeikasgassen en op de opwarming van de aarde leidt tot een politiek dilemma. We weten niet wanneer we een opwarming van 2 graden Celsius kunnen verwachten. Het IPCC gaat ervan uit dat de aarde tussen de 1,5 en 4,5 graden Celsius zal opwarmen bij een verdubbeling van de CO2-concentratie. Die hoge waarden voor klimaatgevoeligheid worden echter niet ondersteund door de waarnemingen. Met andere woorden: de opwarming van de aarde is tot dusverre niet een serieus probleem als we afgaan op de waarnemingen. Het is alleen een probleem als we verwijzen naar simulaties met computermodellen.

Een ieder zal de vraag zelf moeten beantwoorden. Voor mij komt bovenstaande stukje heel dicht bij wat je momenteel de klimaatconsensus zou kunnen noemen. Gisteren heb ik deze overduidelijk gematigde en genuanceerde versie van de consensus echter niet voorbij horen komen.

Aangezien ik door Van Soest gezien word als onderdeel van de twijfelbrigade is het verleidelijk te denken dat het citaat eveneens afkomstig is van iemand uit de twijfelbrigade. Niets is echter minder waar. Het citaat is afkomstig uit dit opiniestuk in een Zwitserse krant (Engelse vertaling hier) en geschreven door de Zweedse meteoroloog en klimaatonderzoeker Lennart Bengtsson. Bengtsson werkte lang in hoge functies (als hoofd research en later als directeur) voor het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF) en daarna als directeur van het Max Planck Institute for Meteorology in Hamburg.

Hij geldt als een eminente klimaatonderzoeker en als je een willekeurige KNMI-onderzoeker of IPCC-er zou vragen of Bengtsson de klimaatconsensus onderschrijft dan zou het antwoord zeker “ja” zijn. Bengtsson zelf zou op de vraag vermoedelijk ook “ja” antwoorden. En als aan Spencer en Michaels gevraagd zou worden of ze het citaat onderschrijven dan zouden ze vermoed ik ook “ja” zeggen.

Wat zegt dit allemaal? Behoort Bengtsson daarmee tot de twijfelbrigade of behoren Spencer, Michaels en ikzelf in feite tot de klimaatconsensus? Onderschrijft Van Soest het citaat van Bengtsson eigenlijk en wat vindt Bart Verheggen ervan?

Paralleluniversum
Volgens Van Soest hebben klimaatsceptici een paralleluniversum gecreëerd waarin ze de wereld op z’n kop zetten. Is het citaat van Bengtsson een voorbeeld afkomstig uit dit parallelle universum?

Het moge duidelijk zijn. Ik zie helemaal niets in dit parallelle universum van Van Soest. Het bestaat helemaal niet. Van Soest ziet spoken. Of hij creëert ze graag om zijn opponenten voor gek te verslijten.

In werkelijkheid is er een weerbarstige realiteit die zowel de mainstream onderzoekers als die vermaledijde sceptici in de vingers proberen te krijgen. Maar het lukt niemand goed, sceptici niet, maar de mainstream evenmin. Daar zullen we het voorlopig mee moeten doen. En dus is er veel ruimte voor duiding. En daarom maakt de een zich grote zorgen (die mensen zaten gisteren in grote getale in de zaal) terwijl anderen hun schouders voorlopig ophalen (het effect van CO2 lijkt klein en opwarming is toch beter dan afkoeling dus wees blij).

Niets kan de bezorgden echter woedender maken dan die laconieke houding van sceptici. En dus krijgen de sceptici morele verwijten naar hun hoofd geslingerd over dat ze de planeet op het spel zetten en de toekomst van hun kleinkinderen.

De frustratie bij de bezorgden over het gebrek aan succes van het internationale klimaatbeleid is begrijpelijk. Na twintig jaar onderhandelen blijft de CO2-uitstoot gestaag toenemen en ook na Parijs 2015 zal dat het geval zijn. Roger Pielke jr. (veelvuldig aangehaald door Van Soest in zijn boek) laat in zijn boek The Climate Fix zien dat klimaatsceptici niet de reden zijn van dat gebrek aan progressie. Het is het beleid zelf! Er zijn in een vroeg stadium verkeerde keuzes gemaakt over hoe mitigatie aangepakt diende te worden (via onderhandelingen over doelstellingen). Werkt niet stelt Pielke jr. Desalniettemin schreef Van Soest het essay Klompen in de machinerie (de sceptici zouden het beleid dwarsbomen) en daaruit kwam dit boek De Twijfelbrigade voort.

Ongekende succesen
Daarmee maakt Van Soest de invloed van de klimaatsceptici veel groter dan die in werkelijkheid is. Lees eens wat hij “ons” allemaal toedicht aan successen:

De klimaattwijfelbeweging is er in het publieke en politieke domein in geslaagd de wetenschappelijke zekerheid dat CO2-uitstoot door menselijke activiteiten hoofdoorzaak is van de klimaatverandering te ondergraven. Dat inzicht is vervangen door de perceptie dat de wetenschap er nog lang niet uit is, dat een deel van de wetenschappers liegt en bedriegt, dat de juiste kennis en argumenten uit de wetenschappelijke arena’s worden geweerd, en dat er misschien zelfs wel een wonderlijke samenzwering gaande is om de burger schrik aan te jagen teneinde belastingen te kunnen verhogen. Zo’n beeld neerzetten en breed geaccepteerd krijgen terwijl binnen de wetenschap de consensus groot is, is voorwaar een PR-prestatie van formaat.

Het is waar dat sceptici via blogs en de media een geringe invloed hebben op de publieke opinie. Maar dat is het dan ook wel. Er is geen land in de wereld (Tsjechië deed het even onder Klaus) dat openlijk de klimaatconsensus bestrijdt. Sceptici hebben nagenoeg geen toegang tot de schrijversteams van IPCC-rapporten. De IPCC-rapporten zijn verre van sceptisch en overheden baseren hun beleid erop. Ondanks claims van een “false balance” is het mainstream geluid veel prominenter in de media aanwezig dan het sceptische geluid.

Kortom, met zijn boek van 356 pagina’s maakt Van Soest de twijfelbrigade en haar invloed veel groter dan die in werkelijkheid is. Hij creëert hiermee een paralleluniversum dat helemaal niet bestaat (namelijk dat er een invloedrijke geoliede twijfellobby zou zijn) om zodoende het falen van het klimaatbeleid in de schoenen van deze “vijand” te kunnen schuiven.

Van Soest zou – en met hem andere bezorgden – in de spiegel moeten kijken en openlijk moeten erkennen dat de aanpak waarvoor al twintig jaar gekozen is niet werkt en dat sceptici daar geen schuld aan hebben maar de klimaatonderhandelaars zelf.