Richard Tol was veel in het nieuws rond de publicatie van het WGII-rapport van AR5. Dat kwam vooral doordat een Britse journalist had opgepikt dat Tol zich afgelopen september al terugtrok uit het team dat de Summary for Policy Makers schreef. Tol vond de samenvatting te alarmistisch. Afgelopen week publiceerde hij meerdere opiniestukken waarvan er ook twee in Nederlandse kranten verschenen. Met zijn toestemming is hier het stuk dat vorige week in het FD verscheen.

De mens is taai en flexibel. Er wonen mensen op de evenaar en in de poolcirkel, in de woestijn en het regenwoud. We hebben de IJstijden overleeft met primitieve technologie. Klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van de mens niet.

Klimaatverandering heeft natuurlijk wel gevolgen. Natuur en landbouw zullen veranderen. Tropische ziekten zullen zich verder verbreiden. De zee zal stijgen. Dat klinkt erg, maar perspectief helpt.

Het Vijfde Assessment Rapport (AR5) van Werkgroep II van het Intergouvernementele Forum voor Klimaatverandering (IPCC) schat dat een verdere opwarming van 2°C een welvaartsverlies betekent dat gelijk is aan een inkomensverlies van 0.2 tot 2.0%. Zo’n opwarming kunnen we in de tweede helft van deze eeuw verwachten. In andere woorden, 50 jaar klimaatverandering is misschien net zo erg als een jaar zonder economische groei. De gemiddelde Griek heeft meer dan een vijfde van haar inkomen verloren aan de Eurocrisis.

Klimaatverandering is dus niet het grootste probleem op de wereld. Het is niet eens het grootste milieuprobleem. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat luchtverontreiniging jaarlijks zeven miljoen mensen doodt. De hoogste schattingen van de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid voorzien dat soort getallen pas over honderd jaar.

De eerste gevolgen van klimaatverandering kunnen zelfs positief zijn. Warmere winters kosten minder aan verwarming. Meer mensen sterven tijdens ongebruikelijk koude winters dan tijdens ongewoon warme zomers. Kooldioxide in de lucht voedt planten en maakt gewassen minder dorstig. Deze baten verdwijnen echter snel met verder opwarming.

Armere landen zijn kwetsbaarder voor klimaatverandering. Een onderontwikkelde economie is beperkt tot landbouw. Rijkere landen verdienen geld in sectoren die minder blootgesteld zijn. Nederland kan naar Spanje kijken voor de toekomst van het klimaat – siësta’s, eten om middernacht, huizen die de hitte buiten houden. Warmere landen hebben zulke voorbeelden niet. Armere landen ontbreekt het aan de middelen, technieken en organisatie om zich aan te passen.

Nederland kan zich weren tegen zeespiegelrijzing. Dat is duur, een technische uitdaging, en de politiek moet moeilijke keuzes maken. Maar we gaan het doen.

Bangladesh heeft nu al grote problemen met overstromingen en orkanen. Klimaatverandering kan dat veel erger maken. Maar Bangladesh is niet veel armer dan Nederland was in 1850, het startpunt van grootschalig waterbeheer – en het Bangladesh van nu heeft toegang tot technologie die veruit superieur is aan het Nederland van 1850. Modern waterbeheer in Nederland begon in 1850 omdat de grondwet van 1848 een sterke overheid bracht die gaf om alle mensen in het land. En dat ontbreekt in Bangladesh. De politieke elite is alleen geïnteresseerd in zelfverrijking en het terugpakken van de oppositie. Bangladesh is kwetsbaar voor klimaatverandering zolang dat zo blijft – maar klimaatverandering is niet haar grootste zorg.

Malaria is een ander voorbeeld. Het kwam voor in Europa. Willem de Zwijger leed aan de anderdaagse koorts. Wolken DDT, het droogleggen van moerassen, en medicijnen hebben een eind gemaakt aan malaria. Nu sterven alleen arme mensen nog aan malaria. Klimaatverandering zal malaria erger maken want de parasiet en de muskiet gedijen in natte warmte. Maar economische groei gaat malaria tegen, net als vooruitgang in de medische wetenschap.

In het ergste geval halveert klimaatverandering de landbouwopbrengst in Afrika. De opbrengst vertienvoudigt als boeren het voorbeeld van modelboerderijen volgen, op dezelfde grond, in hetzelfde klimaat. Klimaatverandering is een groot probleem in de toekomst van de landbouw in Afrika, maar lang niet zo groot als de problemen van nu: onzeker grondeigendom, slechte verbindingen met de markt, rondzwervende milities, enzovoorts. Om de arme boeren van zuidelijk Afrika te helpen heeft NASA een weersatelliet van 300 miljoen dollar in de ruimte hangen, met een groep Amerikaanse wetenschappers om de data te interpreteren en rondreizende consultants om de data uit te leggen. Hulp met het grondkadaster zou een betere investering geweest zijn.

Terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen is niet de enige manier om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Aanpassing en ontwikkeling zijn goede, vaak betere alternatieven. De juiste combinatie wordt zelden bediscussieerd. Meer dan 15% van de ontwikkelingshulp gaat ondertussen naar klimaatbeleid. Nederland heeft de steun voor kolencentrales stopgezet. Het ontbreken van goedkope, betrouwbare elektriciteit is een belangrijke oorzaak van onderontwikkeling. Maar de belangen van de donor gaat blijkbaar voor.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat klimaatverandering geen probleem is dat opgelost moet worden. We kunnen onze planeet niet maar warmer en warmer laten worden. Dat kan niet anders dan tot grote problemen leiden. Energie, transport en landbouw dragen het meeste bij aan klimaatverandering. Omdat deze sectoren maar langzaam veranderen is het raadzaam nu met uitstootbeperking te beginnen.

Maar uitstootbeperking is niet de enige manier om de gevolgen van klimaatverandering beheersbaar te houden. Met het herhalen van de verhalen over hel en verdoemenis tenzij we de uitstoot van broeikasgassen terugdringen heeft Werkgroep II van het IPCC een kans gemist om beleidsmakers te adviseren hoe levens verbeterd kunnen worden.

Richard Tol doceert economie in Brighton en Amsterdam. Hij is betrokken bij het IPCC sinds 1994.