Rathenau publiceerde gisteren het rapport Klimaatengineering: hype, hoop of wanhoop? Ter gelegenheid van de doop van het rapport was er een goed bezochte bijeenkomst in Den Haag. Auteur Monique Riphagen gaf een overzicht van de stand van zaken rond klimaatengineering. Daarna was er een wat moeilijk te volgen (want via Skype; zijn vlucht was geannuleerd vanwege mist) presentatie van Jack Stilgoe. Daarna waren er drie deelsessies die wat meer de diepte in gingen (een over olivijn, Olaf Schuiling zat in de zaal; een over biochar; een over oceaanfertilisatie).

Ik kan persoonlijk niet echt warm worden van klimaatengineering. Als redacteur van NWT schreef ik eens een groot verhaal over het onderwerp (dat was in de tijd dat Maarten Keulemans hoofdredacteur was en hij vindt dat soort onderwerpen helemaal leuk). Mede naar aanleiding daarvan besloot Riphagen mij te interviewen voor het rapport. Een samenvatting van het interview is opgenomen in het rapport (pag 91-93) en geef ik hieronder weer. Hoewel ik me destijds niet realiseerde dat het gesprek op deze manier gebruikt zou worden in het rapport geeft het aardig weer hoe ik tegen geoengineering aan kijk. Het interview vond plaats in april 2012. Ik heb er een paar opmerkingen bij geplaatst.

Marcel Crok,
freelance wetenschapsjournalist
“Geen noodzaak voor een plan B”

Marcel Crok – afgestudeerd chemicus – is een freelance wetenschapsjournalist en staat bekend als klimaatscepticus. Hij is het klimaatdebat ingerold door het schrijven van een kritisch artikel over de zogenoemde hockeystick: een bekende temperatuur-reconstructie van het noordelijk halfrond over de afgelopen duizend jaar, die vaak wordt gebruikt als bewijs voor de antropogene
invloed op het klimaat. Hij is een van de reviewers van het laatste IPCC-rapport.

Marcel Crok noemt zichzelf geen klimaatscepticus, maar is wel kritisch over de klimaatwetenschap. ‘Er is binnen de klimaatwetenschap geen ruimte voor kritiek, en dat doet de geloofwaardigheid van kennis over het klimaat geen
goed. De bewijsvoering voor antropogene klimaatverandering is een kaartenhuis dat op drijfzand staat.’ Een causaal verband tussen stijgende CO2-emissies en opwarming van de aarde acht Crok onvoldoende bewezen, omdat de rol van andere factoren – zoals de zon – vaak wordt genegeerd.

In 2009 lag het IPCC onder vuur nadat er e-mails van klimaatwetenschappers naar buiten waren gekomen, waaruit bleek dat er selectief met onderzoeksresultaten werd omgesprongen. Sinds Climategate is er volgens Crok niets veranderd in de klimaatwetenschap, al is er wel meer interactie ontstaan tussen klimaatwetenschappers en -sceptici. Crok is door (inmiddels oud-) staatssecretaris van milieu Joop Atsma benaderd om een kritische blik te werpen op het laatste IPCC-rapport. Hij is blij dat de overheid nu eindelijk een scepticus heeft gevraagd om het IPCC-rapport te reviewen. Inmiddels heeft hij al commentaar geleverd op de eerste versie en is hij erg benieuwd wat hiermee zal gebeuren. Door de samenwerking met de overheid heeft Crok het gevoel dat het IPCC zijn kritiek niet zomaar naast zich neer kan leggen, maar erg overtuigd is hij daar nog niet van. [MC: Hiermee bedoelde ik dat het IPCC wist dat ik door de overheid gevraagd was om die review te doen en ik hoopte dat ze mijn review daarom serieus zouden bekijken. Ik ben tenslotte ‘maar’ een wetenschapsjournalist en mijn indruk uit eerdere rapporten was dat IPCC lead authors sowieso met enige dedain kritische review commentaren bejegenden.]

De urgentie van het klimaatprobleem is Crok onduidelijk. ‘We hebben genoeg tijd om verder onderzoek te doen naar klimaatverandering. Het effect van CO2 lijkt mee te vallen, de temperatuurstijging is heel beperkt. De opwarming van de aarde is een vraagstuk met veel onzekerheden, maar de manier waarop mainstream klimaatwetenschappers met deze onzekerheden omgaan is onjuist. Er wordt gezegd dat we niets uit kunnen sluiten en daarom maar beter van het voorzorgprincipe uit kunnen gaan. Op deze manier ontstaan er doemscenario’s en wordt er een klimaatbeleid doorgedrukt dat wellicht onnodig of onwenselijk is.’ [MC: Hier probeer ik uit te leggen dat het voorzorgprincipe op de verkeerde manier wordt toegepast. Je kunt zo onzekerheden gaan ‘misbruiken’ door te stellen dat je een catastrofe niet kunt uitsluiten en dat je dus wel iets moet doen. Bij goed gebruik van het voorzorgprincipe moet je echter kosten en baten goed in beeld hebben. Je past het bij voorkeur toe als de baten ervan groter zijn dan de kosten. Bij klimaatbeleid – ook mitigatie – is dat geenszins duidelijk.]

Een oplossing zoeken voor de ‘klimaatcrisis’ is volgens Crok de verkeerde insteek, vanwege de onzekerheid over de aard en omvang van het probleem. ‘Je kunt wel zeggen dat de toename van CO2 ongewenst is, en dat we graag toewerken naar een nog schonere lucht. Maar daar is helemaal geen klimaatbeleid voor nodig.’ [MC: Dit is een onduidelijke alinea, er lijken wat zaken door elkaar gehaald. Ik herken mezelf er ook niet in. Wat ik wel vaak zeg is dit: Als je wilt dat de lucht schoner wordt – bv fijnstof – dan kun je gewoon als maatschappij eisen dat iedere generatie auto’s, vliegtuigen, fabrieken etc. steeds schoner wordt. Maar blijkbaar is dat in de praktijk niet genoeg om een onderwerp op de agenda te krijgen. En dus moet er eerst geschermd worden met een ramp of een crisis. Bij fijnstof: jaarlijks vallen er duizenden doden door fijnstof. Dat blijkt dan echter gebaseerd op zeer twijfelachtige aannames. Zo rennen we met z’n allen van hype naar hype omdat alleen hypes het mogelijk maken om onderwerpen te agenderen.]

Milieueconoom Richard Tol stelt een geleidelijk oplopende koolstofbelasting voor, die laag begint en later opgevoerd wordt. ‘Op die manier zouden we een transitie naar een gedecarboniseerde samenleving kunnen bewerkstelligen. De overheid zou hier een kleine rol in spelen, het is vooral het bedrijfsleven dat hier de aanzet toe zou kunnen geven. Een logische en vrij simpele oplossing,
helaas gelimiteerd doordat het politiek onhaalbaar lijkt.’ Gezien de beperkte opwarming van de aarde, pleit Crok voor het afschaffen van het mitigatiebeleid. ‘We kunnen ons beter gaan richten op adaptatie. Menselijke oorzaak of niet: die overstromingen in Bangladesh gaan er toch wel komen, dus waarom zouden we ons daar niet op voorbereiden?’

In 2009 schreef Crok een artikel over klimaatengineering voor het tijdschrift Natuurwetenschap & technologie [MC: Techniek]. Hiervoor heeft hij zich in de discussie over klimaatengineering verdiept. Zijn commentaar is gematigd: ‘Ik vind het een oninteressant onderwerp, de dreiging van klimaatverandering is niet al te groot, we hebben geen haast met het nemen van maatregelen: er is dus helemaal geen noodzaak voor een plan B.’ Erg veel zin om over klimaatengineering te spreken heeft Crok dus niet, hij vindt dat we ons wel op belangrijkere dingen kunnen richten. Evenmin is hij geïnteresseerd in een maatschappelijke discussie over dit onderwerp.

Crok vindt wetenschappelijk onderzoek naar klimaatengineering prima, zolang het in het kader valt van het vergaren van kennis over het klimaat. ‘Hier zit een synergie waar we gebruik van kunnen maken.’ Kleinschalig onderzoek omwille van het onderzoek kan geen kwaad, grootschalig onderzoek wel. Crok pakt The Climate Fix van Robert Pielke Jr. erbij, en wijst op Pielkes punt: we begrijpen
nog te weinig van het klimaatsysteem, en kunnen dus niet zomaar met klimaatengineering beginnen. Hiermee doelt hij vooral op de SRM-technologieën, en hij waarschuwt voor grootschalige experimenten.

Tegen CDR heeft Crok geen bezwaar, hoewel hij de toepassing hiervan beoordeelt als ‘duur en traag’. Nederland zou een bescheiden beleid kunnen voeren door onderzoek naar CDR te financieren. ‘Een wetenschapper als Schuiling doet onderzoek naar de verwering van olivijn, waarom zouden we dat niet financieren?’

Crok gaat ervan uit dat decarbonisatie van de economie momenteel niet mogelijk is, omdat de technologie hiervoor nog niet bestaat. Gelukkig hebben we de tijd om die te ontwikkelen: daar zouden we in kunnen investeren. Crok vertrouwt erop dat dit grotendeels door de markt zelf geregeld kan worden. ‘Energie is een kostenpost, we willen dat energie zuiniger en goedkoper wordt.’

De discussie over klimaatengineering leeft niet onder klimaatsceptici. ‘Het huidige debat over klimaatengineering is voornamelijk een roep om naamsbekendheid van een kleine groep klimaatwetenschappers. Door het onderwerp een grote urgentie te geven, hopen wetenschappers hun onderzoek te kunnen financieren. Meer valt er eigenlijk niet over te zeggen.’