Richard Tol, de kersverse nummer 94 in de Trouw Duurzame 100, heeft een zeer interessant opiniestuk in het FD. Het geeft mijns inziens uitstekend weer waar we momenteel staan in het klimaatdebat en met betrekking tot klimaatbeleid. Hij schetst veel eerlijker dan het IPCC in AR5 dat de klimaatwetenschap geen idee heeft wat de stagnatie precies veroorzaakt en dat er tal van hypotheses zijn.

Hij komt dan met een stelling waarop ik nog even moet kauwen:

Klimaatbeleid is een klassiek beslissingsprobleem met asymmetrische onzekerheid. Als het meevalt, valt het een beetje mee. Als het tegenvalt, valt het zwaar tegen. Grotere onzekerheid legt meer gewicht op de risico’s. Beleid moet versterkt worden.

Voor mij staat nog niet vast of de uitstoot van CO2 een ‘probleem’ is. Als het meevalt kan het ook gewoon meevallen: meer CO2 is goed voor planten en bomen, de aarde wordt groener, en gematigde opwarming is gunstig voor mens, dier en economie. Tol sluit zijn ogen hier ook niet voor weet ik uit mijn gesprekken met hem. Zijn FUND model laat ook zien dat de klimaatverandering tot nu toe positief is geweest voor de mondiale economie (met mogelijk regionale uitzonderingen), vooral vanwege het fertilisatie-effect van CO2.

Dat het tegen kan vallen wordt steeds onwaarschijnlijker. Schattingen voor klimaatgevoeligheid gebaseerd op observaties komen uit op 1,5 tot 2 graden. Deze schattingen gaan ervan uit dat vrijwel 100% van de opwarming tot nu toe (0,8 graden of iets minder) door de mens is veroorzaakt. Blijkt de zon toch een groter deel voor haar rekening te hebben genomen, dan zal de klimaatgevoeligheid verder dalen. Een andere ‘joker’ in het klimaatverhaal is ook nog altijd de rol van aerosolen. AR5 heeft die rol nu kleiner gemaakt wat ertoe leidt dat onze schattingen voor klimaatgevoeligheid dalen. Het is echter niet ondenkbaar dat de invloed van aerosolen de komende jaren nog verder gaat dalen met als gevolg een verdere daling van de klimaatgevoeligheid. Er zijn onderzoekers die denken dat het indirecte aerosol effect (het effect dat aerosolen hebben op de wolken) vrijwel nul is. AR5 geeft hier nu nog -0,45 W/m2 afkoeling als beste schatting voor. Het omgekeerde – een sterk stijgende inschatting voor aerosolen – ligt vanwege die geopperde aanpassingen voor het effect van aerosolen – op dit moment veel minder voor de hand.

Volgens Tol legt grotere onzekerheid meer gewicht op de risico’s. Toch is het wat vreemd om een meevallende stagnatie van 15+ jaar te interpreteren als “grotere onzekerheid” om vervolgens te concluderen dat het daardoor zwaar kan tegenvallen. Mogelijk doelt Tol met zijn “asymmetrische onzekerheid” op de niet symmetrische vorm van de pdf’s voor klimaatgevoeligheid. Nic Lewis heeft echter de laatste jaren laten zien dat deze “fat tails” meestal het gevolg zijn van onzekere data (bv bij paleoschattingen op basis van proxy’s) en slecht gebruik van Bayesiaanse statistiek. Lewis’ pdf voor klimaatgevoeligheid op basis van ons waargenomen klimaat over de afgelopen 150 jaar is veel beter afgebakend. Lewis zou dan ook zeggen dat de onzekerheden kleiner zijn geworden en de kans dat het tegenvalt ook (wat overigens los staat van de stagnatie).

Hoe dan ook, zijn stuk is hoe dan ook verplichte kost en leidt hopelijk tot constructieve discussie onder al de 99 andere genomineerden van de Duurzame top 100.

Hieronder het integrale artikel van Tol in FD:

KOP: Onzekerheid vereist juist strenger klimaatbeleid

ONDERKOP: Ook al gaat het langzamer of sneller dan verwacht, vroeg of laat zal de aarde verder opwarmen met de schade van dien

De opwarming van de atmosfeer is tot stilstand gekomen. Paniek maakt zich in toenemende mate meester van de milieubeweging. Een groot aantal mensen verdient haar brood aan klimaatverandering. Wat als klimaatverandering een Broodje Aap blijkt te zijn, zoals onlangs in deze krant gesuggereerd door Theo Vermaelen? (FD 4 oktober)

De temperatuur van de lucht aan het aardoppervlak stijgt nu zo’n vijftien jaar niet meer. Sommigen wijzen erop dat andere aspecten van het klimaat nog steeds veranderen, maar die waarnemingen zijn vaak te recent of van te lage kwaliteit om daar echt vertrouwen uit te putten.

Niemand weet waarom de lucht niet meer opwarmt. De klimaatmodellen hebben het niet voorspeld. Er zijn een aantal mogelijke verklaringen.

Het kan zijn dat de natuurlijke variabiliteit van het klimaat groter is dan tot nu toe verondersteld. De door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde wordt in dit geval gemaskeerd door natuurlijke cycli. Als dat waar is, dan zien we ook lange periodes van extra snelle opwarming tegemoet. Het kan ook zijn dat niet de huidige stilstand, maar juist de opwarming van 1970 tot 2000 uitzonderlijk was. In dat geval is het klimaat minder gevoelig voor het versterkte broeikaseffect dan tot nu toe aangenomen. En het kan zijn dat we iets over het hoofd zien. De zon zou belangrijker kunnen zijn voor het klimaat dan we dachten. Of er zou meer steenkool verbrand kunnen worden in China dan de officiële bronnen vermelden. Niemand weet het.

Deze onzekerheid is natuurlijk geweldig voor de wetenschap. Klimatologie werd een beetje saai de laatste jaren. Nu is er weer een echte uitdaging waar een uitmuntende jonge wetenschapper naam en faam mee kan maken.

Een wereld die maar niet warmer wil worden, bezorgt het klimaatbeleid hoofdpijn. Steeds meer mensen betwijfelen dat de mens het klimaat verandert. Dat wantrouwen wordt aangewakkerd door wetenschappers die er niet openlijk voor uit komen dat de onzekerheid rond klimaatverandering de laatste jaren is toegenomen. Klimaatwetenschap wordt al jaar en dag geplaagd door schandaaltjes en lijkt niet in staat daar een eind aan te maken. Het helpt niet dat beleidsmakers rare uitspraken doen. Zo beweerde Klimaatcommissaris Hedegaard onlangs dat het EU-beleid prima in orde is, of het klimaat nu wel of niet verandert.

Hedegaard heeft in zekere zin gelijk. Klimaatbeleid in Europa heeft niet geleid tot het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Klimaatbeleid heeft wel twee andere dingen bereikt: het vergroten van de ambtelijke en politieke macht over de economie, en het verrijken van een kleine groep ondernemers. Als je kijkt naar de daden in plaats van de woorden, dan heeft klimaatbeleid niets met klimaatverandering te maken.

De onvrede over klimaatwetenschap wordt ook gevoed door onvrede over klimaatbeleid. Tegenstanders van een uitbreiding van de invloed van de EU, keren zich ook tegen klimaatbeleid en soms tegen klimaatwetenschap, met als argument dat die misbruikt wordt om een overdracht van soevereiniteit van Den Haag naar Brussel te rechtvaardigen.

Maar wat betekent de grotere onzekerheid over klimaatverandering nu voor een klimaatbeleid dat gericht is op het oplossen van het probleem? Klimaatbeleid moet hoe dan ook strenger.

Mogelijk is klimaatverandering minder erg dan we dachten. Maar de aarde is nog steeds warmer dan 150 jaar geleden. Broeikasgassen zijn nog steeds de meest waarschijnlijke verklaring voor de opwarming. Vroeg of laat zal de aarde dus verder opwarmen. Minder snel dan tot nog toe aangenomen, maar verder opwarmen doet ze. Dit zou betekenen dat klimaatverandering nog steeds een probleem is, maar een kleiner probleem dan we dachten. Het klimaatbeleid moet dan de ambitie naar beneden bijstellen. Maar het doel op de lange termijn — geen door de mens veroorzaakte klimaatverandering, ofwel geen uitstoot van koolstofdioxide — blijft staan.

Het zou ook kunnen dat klimaatverandering erger is dan we dachten. Een trend plus cyclus leidt tot perioden met een stagnant klimaat en perioden met zeer snelle opwarming — en schade die navenant groter is. In dat geval moet het klimaatbeleid verscherpt worden, met een snellere overgang naar een koolstof-vrije energievoorziening.

Klimaatbeleid is een klassiek beslissingsprobleem met asymmetrische onzekerheid. Als het meevalt, valt het een beetje mee. Als het tegenvalt, valt het zwaar tegen. Grotere onzekerheid legt meer gewicht op de risico’s. Beleid moet versterkt worden.

Klimaatsceptici die staan te juichen bij het falen van de klimaatmodellen zitten er helemaal naast. Net als milieuactivisten die de stilstand in de opwarming trachten te verdoezelen.

Klimaatbeleid moet beter doordacht worden voordat het kan worden aangescherpt. Weg met de emissiehandel, de fraude en de vriendjespolitiek. Weg met het leger ambtenaren en de regelzucht. Weg met de planeconomie van het energieakkoord. Weg met de subsidies voor politieke bondgenoten. Weg met de plannen voor een wereldregering.

Het beste klimaatbeleid is tegelijk het meest eenvoudige: een koolstofbelasting die laag begint maar gestaag stijgt door de tijd. De belastingopbrengsten kunnen eerst vooral gebruikt worden om de staatsschuld te verlagen, op termijn kan de inkomensbelasting omlaag.

WOORDKADER: Een wereld die maar niet warmer wil worden, bezorgt het klimaatbeleid hoofdpijn

ONDERTEKENING: Richard Tol doceert milieueconomie aan de University of Sussex en de Vrije Universiteit.