Tijdens de recente milieutop in Rio werd ik gebeld door een journalist van het Nederlands Dagblad. Ik wist niet of hij iets met het gesprek gedaan had, maar nu kwam ik inderdaad een stuk tegen. Het is alleen tegen betaling volledig te lezen, maar omdat het inmiddels een paar weken oud is meen ik het hier wel integraal te kunnen plaatsen.

De VN-conferentie over duurzame ontwikkeling in Rio de Janeiro is vrijdag voorbij. Onder klimaatsceptici heerst verbazing over de vasthoudendheid van de deelnemers. ‘Al twintig jaar doorgaan op een ingeslagen weg die niet vruchtbaar is. Knap hoor.’

Rio de Janeiro Vijftigduizend gasten, zo staat op de presentielijst van Rio+20. Het is daarmee de grootste VN-conferentie ooit. Maar de media-aandacht is, afgemeten aan de omvang van de bijeenkomst, marginaal. Milieu en duurzaamheid zijn uit, zo lijkt het. Onderzoeksjournalist Marcel Crok, afgestudeerd chemicus en medeauteur van een boek over de staat van het klimaat, kijkt er niet van op. ‘De media lijken het onderwerp moe. Ieder jaar wordt er gepraat en gepraat en spreken de deelnemende landen af volgend jaar verder te praten. Dat maakt van dit soort conferenties een papieren tijger.’

klimaatcircus
De neergang in het duurzaamheidsdebat zette zich al in vanaf 1997. Het succes van ‘Kyoto’ in dat jaar verbleekte al snel, toen bleek dat de grote spelers (VS, China, Rusland en India) niet wilden meedoen aan bindende afspraken over emissiedoelstellingen. Op ambitieuze vervolgconferenties in onder andere Durban, Kopenhagen en Cancun volgde de ene kater na de ander: fraaie beloften over de reductie van CO2-uitstoot werden niet nagekomen, plechtige voornemens om met geld over de brug te komen zijn niet ten uitvoer gebracht. ‘Het klimaatcircus moest maar eens ophouden’, schreef klimaateconoom Richard Tol vorige maand in NRC Handelsblad. De ‘onderhandelwoede’ op de conferenties in de afgelopen twintig jaar was vooral profijtelijk voor de deelnemers, sneerde Tol: een vaste baan, promotiekansen, wereldreizen en stapels nota’s. Een eenmalig jaarlijks overleg van grote handelsblokken (EU of Asean) en een gesprek met machtige autofabrikanten, levert volgens hem meer resultaat op.

Crok is het eens met Tol. ‘De klimaatdiscussie biedt hen een internationale loopbaan. Terwijl iedereen kan aanvoelen dat met zo veel landen een wereldwijd akkoord over een zeer ingewikkeld thema niet haalbaar is. Dat werkt niet. Maar de enige die hen kan terugfluiten, is de politiek.’ Dat de aandacht voor het milieu verslapt, is onmiskenbaar. Als belangrijke hoofdrolspelers op het wereldtoneel, zoals China en Amerika, weigeren mee te doen aan harde maatregelen voor CO2-reductie, is dat geen stimulans voor kleinere landen om zelf te bloeden. Bovendien willen westerse landen niet eenzijdig opdraaien voor de hoge kosten. Daarnaast bleken er in rapportages ernstige fouten of verkeerde inschattingen te staan, die afbreuk deden aan de geloofwaardigheid en het maatschappelijk draagvlak voor duurzaam milieugedrag. Het internationale panel voor klimaatverandering (IPCC), dat de basis moest leggen voor de noodzaak van verandering, blunderde met onjuiste feiten en steunde met zwakke onderbouwingen op soms een enkel proefschrift. Met als gevolg dat de risico’s van een opwarming van de aarde minder serieus werden genomen. Was het uiteindelijk met de zure regen ook niet meegevallen? Waren de zorgen niet net zo misplaatst als de sombere inschatting van de Club van Rome dat goud, kwik en aardgas nog vóór het jaar 2000 op zou zijn? De voorraad aan deze grondstoffen bleek veel groter dan verwacht.

elitair
Het gesteggel of de mens al dan niet hoofdverantwoordelijk is voor de klimaatverandering zorgde voor een verlammende politisering van het debat. Klimaatsceptici verweten voorstanders een complotdenken en kregen bijval van schrijvers als Michael Crichton die begin 2005 met zijn boek State of Fear boven aan de lijst van bestverkochte romans kwam te staan. Zelfs de ‘ongemakkelijke waarheid’ van klimaatgoeroe Al Gore bleek betrekkelijk: de vroegere vicepresident hield er zelf een weinig ‘groene’ levensstijl op na. De complexiteit van het onderwerp maakte van de discussie over klimaat en CO2-reductie tot een elitaire aangelegenheid, aldus Crok. ‘De gewone burger voelt zich vervreemd van het klimaatdebat’, constateerde Donald Pols van het Wereldnatuurfonds Nederland een jaar geleden. ‘Het interesseert de burgers allang niet meer.’ Marcel Crok meent dat het geen zin heeft de economie af te remmen om het klimaat te redden. Integendeel: ‘We helpen de mensen in de derde wereld niet door de CO2-uitstoot te reduceren door te kappen in de economische groei. Daarmee treffen we juist de ontwikkelingslanden. Dat element mis ik in het politieke debat.’ Volgens hem is er voldoende bewijs dat hoe rijker landen zijn, hoe meer zij zorgen voor een duurzaam milieu. ‘De natuur in Europa staat er beter voor dan het in lange tijd heeft gedaan. Die discussie om economische groei te bevorderen – geen gezeik, iedereen rijk – zouden we vaker moeten voeren.’

Gerhard Wilts