Ross McKitrick heeft een eerste van twee opiniestukken over klimaatmodellen gepubliceerd in de Canadese Financial Post (een versie met literatuurverwijzingen staat hier). Aanleiding is een aanstaande publicatie in een klimaattijdschrift waarin hij zal voortborduren op eerder werk, waarin McKitrick aantoonde dat temperatuurtrends op land goed te verklaren zijn met socio-economische factoren en dus minder klimaat-gerelateerd zijn dan het IPCC aanneemt.

De discussie hierover is al jaren gaande en een van de meest beruchte climategate-e-mails uit 2004 gaat erover. Phil Jones schreef toen dat hij een paper van McKitrick en Michaels uit het volgende IPCC-rapport zou houden:

I can’t see either of these papers being in the next IPCC report. Kevin and I will keep them out somehow – even if we have to redefine what the peer-review literature is!

Tot nu toe heeft Mckitrick vooral gekeken naar correlaties tussen temperatuurtrends op land en allerlei socio-economische factoren (GDP, mate van industrialisatie etc.). Die correlaties zijn sterk. In zijn nieuwe paper zal hij laten zien in hoeverre (regionale) klimaatmodellen in staat zijn deze patronen te simuleren:

Nor is the problem confined just to a few models. In a 2010 paper, a co-author and I looked at how well an average formed from all 23 climate models used for the 2007 IPCC report did at explaining the spatial pattern of temperature trends on land after 1979, compared with a rival model that all the experts keep telling me should have no explanatory power at all: the regional pattern of socioeconomic growth. Any effects from those factors, I have been told many times, are removed from the climate data before it is published. And yet I keep finding the socioeconomic patterns do a very good job of explaining the patterns of temperature trends over land. In our 2010 paper we showed that the climate models, averaged together, do very poorly, while the socioeconomic data does quite well.

Perhaps the problem is that the models should not be averaged together, but should be examined one by one and then in every possible combination, with and without the socioeconomic data, in case some model somewhere has some explanatory power under just the right testing scenario. That is what another coauthor and I looked at in the recently completed study I mentioned above. It will be published shortly in a high-quality climatology journal, and I will be writing about our findings in more detail. There will be no surprises for those who have followed the discussion to this point.

Geen verrassingen wil in dit geval zeggen dat temperatuurmetingen op land nog altijd sterk beĆÆnvloed zijn door economische factoren (waaronder urbanisatie) en dat modellen niet goed in staat zijn deze regionale temperatuurtrends te simuleren. De implicatie is dat beleidsmakers uiterst voorzichtig moeten omgaan met projecties van klimaatmodellen gebaseerd op louter een toename van broeikasgassen.