Ik werd vorige week geattendeerd op dit interview met Roger Cox in Dagblad de Limburger. Roger Cox is een Limburgse advocaat die eind vorig jaar het boek Revolutie met Recht uitbracht, een boek over de ‘energie- en klimaatcrisis’. Ik heb het boek al een tijdje op mijn bureau liggen maar was er uit tijdgebrek nog niet toe gekomen om het te lezen. In het interview meldt Cox dat hij binnenkort de Nederlandse staat gaat aanklagen:

Cox, tenslotte advocaat, concludeert dat de democratie faalt en dat alleen de rechter nog uitkomst kan bieden. Namens een partij waarvan hij de naam nog niet mag noemen, gaat hij de Nederlandse Staat dagvaarden. Hij eist dat die serieus werk gaat maken van de beperking van de CO2 -uitstoot. „Als de overheid dat niet doet, brengt ze de economie, de democratie, de veiligheid en gezondheid van de bevolking in gevaar. Ik hoop dat in andere landen soortgelijke procedures worden gevoerd, waardoor een olievlekwerking ontstaat.”

De Zaak CO2
Dit is een interessante stap. Ik heb overwogen om mijn eigen boek in de vorm van een fictieve rechtszaak te schrijven: De zaak CO2 (in het Engels mooier: CO2, guilty or not?). Ik denk dat zo’n rechtszaak ons denken over CO2 en klimaat flink kan aanscherpen, wat voor alle partijen goed zou zijn. Persoonlijk vind ik dat er hooguit circumstantial evidence is tegen CO2 en dat het eindoordeel derhalve ‘not guilty‘ zou luiden.

Ik las met verbazing de volgende  uitspraak van Cox:

Hoewel het wetenschappelijk rapport van de IPPC, de organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met klimaatverandering, onaantastbare, juridische waarde heeft, krijgen klimaatsceptici in de media alle ruimte om het publiek een verkeerde voorstelling van zaken te geven. En als in het IPPC-rapport enkele onbeduidende foutjes staan, wordt ineens de boodschap niet meer geloofd. Ofschoon die juridisch onbetwistbaar is: als we de CO2-uitstoot niet snel terugbrengen door minder of duurzame energie te gebruiken, dan gaat het echt fout.”

Ik ben geen jurist, maar dat het IPCC-rapport een ‘onaantastbare, juridische waarde’ zou hebben lijkt me onjuist. Het IPCC omschrijft haar taak als volgt:

“…to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.”

Beleidsneutraal
Nergens is te lezen dat IPCC-rapporten een juridische status hebben. Een IPCC-rapport is een wetenschappelijk assessment dat beleidsrelevant maar ook beleidsneutraal moet zijn. Je kunt zeker zeggen dat IPCC-rapporten een bijzondere status hebben (omdat alle landen in de wereld opdracht hebben gegeven om de rapporten te schrijven), maar juridisch? Nee, dat lijkt me onzin.

Ik heb Cox’ boek erop nageslagen om te kijken of hij over deze status van het IPCC iets schrijft en jawel pagina 160-162 zijn eraan gewijd. Ik licht er enkele passages uit:

Stevig juridisch bewijs
In de juridische wereld wordt aangenomen dat de bevindingen als neergelegd in het IPCC-rapport, moeilijk of zelfs niet betwist kunnen worden voor de rechter.

Even verderop verwijst Cox naar het werk van Roda Verheyen, een Duitse juriste die in het verleden ook met Richard Tol publiceerde over aansprakelijkheid. Hij citeert haar:

“In fact, this system of reference closely resembles an impartial court hearing of arguments with subsequent “finding of truth”, which in the case of the IPCC is the scientific truth about climate change. Thus, while these facts show at the very least that IPCC findings would be of very high evidentiary value in a court of law, the argument could be taken a step further by asserting that no court of law could possibly deviate from IPCC findings, since any expertise put before the court would never be as inclusive as that inherent in the IPCC.”

Wat mij betreft zou Verheyen hier in het ideale geval een punt hebben. Bij oppervlakkige beschouwing ziet het IPCC-proces er indrukwekkend uit, maar zoals ik in mijn boek heb laten zien is de werkelijkheid minder fraai. Het belangrijkste probleem is dat ‘anders denkenden’ niet meer als lead author betrokken worden bij de IPCC-rapporten. Zij zijn dus veroordeeld tot de positie van expert reviewer als ze daar al de moeite toe nemen. Expert reviewers hebben namelijk weinig ‘rechten’. De lead authors zijn wel verplicht te reageren op hun commentaren, maar kunnen die vrij eenvoudig afwijzen. Dit gebeurde bij de voorbereiding van AR4 aan de lopende band met commentaren van bijvoorbeeld Stephen McIntyre.

Ik mag hopen dat als een goede advocaat aan een rechter uitlegt hoe zwak het IPCC-proces eigenlijk in elkaar zit en hoe groot het gevaar van group think is (het aanstellen van lead authors gebeurt nog steeds achter de schermen) de rechter de argumentatie van Verheyen en Cox van tafel veegt. Het mooie van een rechtszaak lijkt me nu juist dat het om de kracht van de argumentatie moet gaan en niet om het feit of een argument al dan niet door het IPCC ondersteund wordt.

Cox zelf voegt er nog het volgende aan toe:

Vanuit juridisch perspectief geldt dat het IPCC-rapport 2007 te gelden heeft als het volkomen bewijs van de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering naar de staat van dat moment. [noot: de zin klopt grammaticaal niet, maar de strekking is duidelijk]

Het zal moeilijk zijn, zo niet onmogelijk, voor een rechtbank om de bevindingen van het IPCC tegen te spreken op basis van enkele wetenschappelijke rapporten die iets anders beweren over klimaatverandering dan het IPCC. Klimaatsceptici kunnen dan wel in de media ruimte krijgen omdat ze een tegengeluid laten horen, maar in een juridische procedure zouden de stellingen van de sceptici met zodanig bewijs onderbouwd moeten worden dat een rechtbank de bevindingen en conclusies van het IPCC niet langer als uitgangspunt zou mogen nemen.

Dat is welhaast ondenkbaar, reden waarom verwacht mag worden dat aan de inbreng van klimaatsceptici in juridisch opzicht geen relevantie toekomt.

Popelen
Er zijn klimaatsceptici, zoals Roy Spencer, die staan te popelen om de strijd voor de rechter uit te vechten.

De zaak tegen de Nederlandse staat zal echter een ander karakter krijgen lijkt me, want de Nederlandse staat schaart zich al achter de conclusies van het IPCC. Het is mij een raadsel hoe een rapport dat beleidsneutraal hoort te zijn vervolgens bij een rechter gebruikt kan worden als juridisch bewijs dat een land meer moet doen aan CO2-reductie.