Toen Liesbeth van Tongeren, kamerlid namens GroenLinks, in oktober 2010 het persbericht onder ogen kreeg over mijn boek stuurde ze een mail terug met de tekst: “faliekante nonsens”. Later mailde ik geregeld met iemand die zich een vriend van Van Tongeren noemde en na aandringen van hem stuurde ik haar toch een exemplaar van mijn boek met een persoonlijk boodschap erin: “Dat ik benieuwd was wat ze van het boek zou vinden nadat ze het daadwerkelijk gelezen had.” Nooit meer iets van gehoord.

Ik wilde en wil met mijn boek een brug slaan tussen ‘rechts’ en ‘links’ en daarom bood ik het eerste exemplaar ook aan Diederik Samsom aan. Dat bleek een hele goede zet want Samsom las het boek als een van de eersten en sprak er lovend over tijdens de boekpresentatie.

Onlangs werd ik benaderd voor een oriënterend gesprek met Dick Pels en Katinka Eikelenboom van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks (Bureau De Helling). Ik aarzelde gezien mijn eerdere ervaringen met Van Tongeren. Uiteindelijk heb ik ingestemd en hadden we een heel open en interessant gesprek. Eikelenboom heeft in navolging op dat gesprek een uitgebreide recensie over mijn boek op hun site gezet. Ik ben heel blij met deze recensie omdat het boek nu binnen de gelederen van GroenLinks op een rustige, feitelijke manier besproken is.

Eikelenboom eindigt haar stuk met de zin: “Wie weet wordt Marcel Crok op een dag toch nog een gelovige.” Ik ga de recensie niet alinea voor alinea annoteren zoals ik soms doe. Maar het is wel aardig nog even op de term ‘gelovige’ in te gaan. Eikelenboom stelt dat ik het IPCC afschilder als een ‘kerk met gelovigen en een bijbel’:

Hij maakt zich bovendien schuldig aan een frame dat populair is bij klimaatsceptici, maar als tendentieus en misleidend kan worden gezien. Het gaat om het karakteriseren van het IPCC als een kerk met gelovigen en een bijbel. Zo heeft Crok het op pagina 15 van zijn boek over het IPCC-rapport als ‘Bijbel voor internationaal klimaatbeleid’ en spreekt hij later over het ‘broeikasgeloof’ (p.230). Het al dan niet accepteren van de hoofdconclusies van het IPCC is volgens hem een kwestie van ‘geloof’ (p.227-228).

Ik denk inderdaad dat de IPCC-rapporten internationaal de figuurlijke bijbel voor klimaatbeleid zijn. Om die reden hebben de landen het IPCC zelfs opgericht. Maar ik gebruik de term ‘gelovige’ niet in de klassieke religieuze zin. Op pag. 227-228 schrijf ik:

Bij het woord ‘gelovigen’ gaan de haren van wetenschappers natuurlijk recht overeind staan. Toch denk ik dat we mogen constateren dat het al dan niet accepteren van de hoofdconclusie van het laatste IPCC-rapport – dat de opwarming sinds 1950 zeer waarschijnlijk veroorzaakt is door onze uitstoot van broeikasgassen – een kwestie van geloof is. Dit betekent uiteraard niet dat klimaatwetenschappers plotseling religieus zijn geworden. Het betekent dat onze observaties en kennis van het klimaat nog ontoereikend zijn om zodanig harde feiten op tafel te krijgen dat een kwestie van geloof een kwestie van ‘meten is weten’ wordt.
Dit is overigens de normaalste zaak van de wereld in vrijwel alle wetenschappelijke vakgebieden, zeker in gebieden die zo complex zijn als het klimaat. In het klimaatdebat doen we echter hysterisch over deze nuchtere constatering omdat ze klimaatbeleid (lees CO2-reductie) in de weg zou staan.

Word ik op een dag toch nog een gelovige? Dat is uiteraard mogelijk. Geloof zou je dan goed moeten definiëren, bv geloof dat het merendeel van de recente opwarming door broeikasgassen komt. Ik ben daar nu nog niet van overtuigd maar houdt de optie uiteraard open omdat het op zichzelf een plausibele hypothese is.