Judith Curry besteedt op haar blog aandacht aan een peiling onder leden van de American Meteorological Society (AMS), de beroepsvereniging van Amerikaanse meteorologen. De vragen die gesteld werden zijn redelijk goed en de voorlopige resultaten zijn heel interessant.

Probleem bij de meeste enquêtes is dat de vraagstelling te vaag is. Een vraag als ‘denkt u dat de mens een grote invloed heeft op het klimaat?’ zou ik beantwoorden met ‘ja’. Ik bedoel hier alleen niet mee dat in mijn optiek bewezen is dat antropogene broeikasgassen in de laatste 50 jaar een dominante invloed hebben gehad op het klimaat. Opstellers van de enquête zullen wellicht denken dat ik wel bedoel dat broeikasgassen dominant zijn.

Drie hypotheses
Roger Pielke sr. en co-auteurs maakten in een essay in EOS in 2009 onderscheid tussen drie hypotheses:

  • Hypothesis 1: Human influence on climate variability and change is of minimal importance, and natural causes dominate climate variations and changes on all time scales. In coming decades, the human influence will continue to be minimal.
  • Hypothesis 2a: Although the natural causes of climate variations and changes are undoubtedly important, the human influences are significant and involve a diverse range of first-order climate forcings, including, but not limited to, the human input of carbon dioxide (CO2). Most, if not all, of these human influences on regional and global climate will continue to be of concern during the coming decades.
  • Hypothesis 2b: Although the natural causes of climate variations and changes are undoubtedly important, the human influences are significant and are dominated by the emissions into the atmosphere of greenhouse gases, the most important of which is CO2. The adverse impact of these gases on regional and global climate constitutes the primary climate issue for the coming decades.

Deze laatste hypothese noemen we voor het gemak de IPCC-hypothese. Ik heb in 2010 deze drie hypotheses per e-mail voorgelegd aan een paar honderd AGU Fellows. Helaas werd deze peiling als ‘illegaal’ bestempeld door AGU waardoor de respons tot stilstand kwam. De reacties die ik kreeg – te weinig om statistisch gezien betrouwbaar te zijn – wezen erop dat zo’n 10% voor hypothese 1 koos, 10% voor 2a en 80% voor de IPCC-hypothese dat broeikasgassen het klimaat op dit moment domineren.

Dit zou betekenen dat er substantiële minderheid van onderzoekers is die niet achter de IPCC-visie staat. Daar tegenover staat het vaak genoemde getal van 97% dat uit de Anderegg-studie in PNAS kwam rollen. Deze studie was echter niet gebaseerd op een peiling onder onderzoekers en er valt veel op af te dingen, zoals Pielke jr. vorig jaar op zijn blog deed.

De AMS maakt geen onderscheid tussen hypothese 2a en 2b maar alleen tussen ‘natural’ en ‘human activity’. Er is nergens expliciet gemaakt dat met ‘human activity’ voornamelijk ‘antropogene broeikasgassen’ bedoeld wordt. Toch mag je veronderstellen dat een groot deel van de deelnemers aan de enquête dit zo geïnterpreteerd heeft.

Een ander issue waar zes deelnemers de organisatie per e-mail op wezen is dat met global warming bedoeld werd de opwarming in de laatste 150 jaar. De hoofdconclusie van IPCC (most of the warming etc.) geldt echter vanaf 1950. Deze definitie heeft er ongetwijfeld toe geleid dat het percentage van de deelnemers dat koos voor ‘human activity’ omlaag is gegaan.

Oorzaak
Ok, met die haken en ogen in het achterhoofd, wat zagen de AMS-leden als de oorzaak van global warming in de afgelopen 150 jaar? ‘Slechts’ 59% koos voor ‘mostly by human activity’. Bijna een kwart van de respondenten vond dat we (onderzoekers) nog onvoldoende kunnen bepalen welk deel natuurlijk is en welk deel antropogeen.

Een interessante variant op deze vraag hoe men zelf dacht dat de percentages zouden liggen in het vakgebied, met andere woorden welk percentage van de collega’s overtuigd is dat ‘human caused climate change is happening’ (merk op dat hypothese 2a hier ook weer onder zou vallen!). Hier stelt opnieuw 59% van de respondenten dat tussen de 81-100% van hun collega’s hiervan overtuigd is. 20% denkt dat slechts 61-80% van de vakgenoten overtuigd is en nog eens 10% denkt dat het ergens tussen de 0-60% ligt.

Beide vragen wijzen erop dat er ook onder de AMS-leden een substantiële minderheid is van onderzoekers die de IPCC-hypothese niet zomaar onderschrijft.

Conflict
Een andere interessante vraag was of men vindt dat er onder de leden sprake is van een conflict over het thema global warming. Meer dan de helft van de respondenten vindt dit het geval. Bijna 80% van de respondenten vindt dat de AMS stappen moet ondernemen om beter te begrijpen waarom er ‘conflicten’ zijn over dit thema onder de leden.

In de brief van Atsma aan de kamer schrijft hij:

Ik heb het KNMI en PBL verzocht een inhoudelijke en zakelijke discussie op het internet te organiseren. Hierbij wordt telkens een door sceptici gebruikt argument uitgelicht door enkele uitgenodigde deskundigen aan weerszijde van het spectrum. Anderen zullen hierop alleen kunnen reageren via een moderator om de discussie overzichtelijk te houden en er zeker van te zijn dat deze ook professioneel blijft. Uiteindelijk zal een samenvatting worden gemaakt van alle discussies, met nadruk op waarover men het eens is, waarover niet, en wat de achterliggende oorzaak daarvan is.

Ik zie dit plan om een discussieplatform op te zetten als een stap in de goede richting. In de discussies (die in het Engels zullen zijn) gaat het er expliciet om waarover onderzoekers het eens zijn en waarover niet. Dit kun je zien als het in kaart brengen van de ‘conflicten’ die de AMS-leden waarnemen. Ik verwacht veel van dit platform en hoop dat Nederland het snel kan opstarten. Stay tuned.

Een stellig antwoord op de vragende kop boven dit stukje is niet mogelijk. Daarvoor kleven er teveel haken en ogen aan de enquête. Maar dat is ook helemaal niet nodig. De enquête maakt goed duidelijk dat er lang niet zoveel consensus is over global warming als het publiek en wellicht politici en beleidsmakers denken. Dit betekent dat het debat over global warming juist geïntensiveerd moet worden, met name onder wetenschappers zelf.