De brief van Joop Atsma aan de kamer over de ‘voortgang uitvoering Motie Nepperus inzake IPCC’ staat online. Het is zoals het hoort in de politiek een brief met een saaie titel, maar de inhoud is dat niet.

Wat was de motie Nepperus ook alweer?

GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID NEPPÉRUS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 53

Voorgesteld 13 oktober 2010

De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat het onderzoeksrapport naar het IPCC tekortkomingen heeft geconstateerd; verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat de aanbevelingen van het InterAcademy Council (IAC) voortvarend worden uitgevoerd en dat ook klimaatsceptici bij vervolgstudies worden betrokken, en gaat over tot de orde van de dag.

Helma Neppérus

Deze motie werd destijds door alle partijen met uitzondering van Groen Links en Partij van de Dieren aangenomen. Vooral de laatste aanbeveling (en dat ook klimaatsceptici bij vervolgstudies worden betrokken) is een interessante, omdat het IPCC de conclusies van de IAC destijds niet afwachtte en al de lead authors voor het vijfde rapport benoemde. Daaronder zaten bij Werkgroep I geen (bekende) klimaatsceptici, Ook John Christy niet meer, die aan eerdere rapporten had bijgedragen.

Dit leverde dus een dilemma op. Hoe kan je ervoor zorgen dat sceptici toch input leveren aan AR5? De opdracht die ik heb gekregen is een van de antwoorden van het ministerie.

Hieronder punt 2 van de brief waarin het specifiek gaat over het betrekken van ‘sceptici’ bij het IPCC en bij het debat.

2.
In 2012 zullen de volgende activiteiten worden ondernomen om ervoor te zorgen dat wetenschappelijke inzichten, die de argumenten van klimaatsceptici ondersteunen, beter aan de orde komen in het vijfde Assessment Report.

Een Nederlandse scepticus is gevraagd substantieel tijd te besteden aan het leveren van commentaar op het komende IPCC-rapport over het klimaatsysteem (Werkgroep 1). Ik heb hem gevraagd te luisteren naar suggesties van andere sceptici.

Ok, helder, die ‘scepticus’ ben ik en ik ga die opdracht zo goed mogelijk proberen uit te voeren, wat moeilijk genoeg is bij een rapport van meer dan 1000 pagina’s.

Het belangrijkste argument dat wordt gebruikt om geen aandacht te besteden in IPCC-rapporten aan de wetenschappelijke argumenten die sceptici gebruiken, is dat er geen peer-reviewde literatuur over beschikbaar is. KNMI, ECN en PBL werken daarom samen aan een artikel dat de belangrijkste argumenten beschrijft en analyseert, en dat komende zomer zal verschijnen in een wetenschappelijk tijdschrift.

Dit verwijst naar een enquête die Bart Verheggen samen met enkele andere onderzoekers, waaronder John Cook van de bekende weblog SkepticalScience, gaat uitvoeren. Ik heb de vragenlijst gisteren voor proef ingevuld. Het is een zeer uitgebreide enquête, die als hij door veel klimaatonderzoekers volledig ingevuld zal worden, zeker wat inzicht kan bieden in wat de meest aangehangen sceptische argumenten zijn. Ik ben het er overigens niet mee eens dat er geen ‘sceptische’ peer reviewed literatuur zou zijn. Er is een hele berg en ik beschouw het als een onderdeel van mijn opdracht om te kijken wat daar in AR5 mee gebeurt.

Tijdens de eerste commentaarronde die loopt van 16 december jongstleden tot 10 februari zal het KNMI een digitale conferentie houden over een bekende zwakte van veel klimaatmodellen (temperatuur in de tropische bovenlucht). Hiervoor zullen ook sceptische wetenschappers worden uitgenodigd.

Dit gaat over het al dan niet aanwezig zijn van de hot spot in de tropen, een sterke opwarming die voorspeld wordt door de modellen. Aanleiding om juist dit onderwerp als eerste op te pakken was het bezoek van Fred Singer aan het KNMI. Singer ziet het ontbreken van deze hot spot in de metingen als een falsificatie van de modellen. De mainstream visie is dat de metingen wellicht te slecht zijn om te kunnen concluderen dat metingen en modellen daadwerkelijk uit de pas lopen. Deze e-conference moet overigens nog plaatsvinden, wordt waarschijnlijk april.

Tijdens de tweede commentaarronde in oktober en november 2012 zal opnieuw een conferentie worden gehouden over enkele nog nader te bepalen onderwerpen waarover op dat moment een brede wetenschappelijke discussie het meest productief wordt geacht.

Het is nu nog onduidelijk of dat opnieuw een e-conference zal zijn.

Ik heb het KNMI en PBL verzocht een inhoudelijke en zakelijke discussie op het internet te organiseren. Hierbij wordt telkens een door sceptici gebruikt argument uitgelicht door enkele uitgenodigde deskundigen aan weerszijde van het spectrum. Anderen zullen hierop alleen kunnen reageren via een moderator om de discussie overzichtelijk te houden en er zeker van te zijn dat deze ook professioneel blijft. Uiteindelijk zal een samenvatting worden gemaakt van alle discussies, met nadruk op waarover men het eens is, waarover niet, en wat de achterliggende oorzaak daarvan is.

Hier ben ik heel blij mee, het is een plan waar Theo Wolters en ik al meer dan twee jaar mee rondlopen (de credits hiervoor gaan naar Theo die voorafgaand aan een vergadering van climategate.nl een opzet voor zo’n discussieblog opstelde). Ik ben heel blij dat het ministerie dit gaat oppikken en ik hoop daar een steentje aan te kunnen bijdragen. De bedoeling is om steeds een scepticus en een mainstream onderzoeker (in het Engels) met elkaar in debat te laten gaan over een specifiek onderwerp, bv de hot spot. De discussie wordt streng gemodereerd en het publiek mag wel meedoen in de balk aan de zijkant maar de discussianten hoeven alleen op elkaar te reageren. Zodra hier meer nieuws over is meld ik het via de blog.

Als al deze punten dit jaar op een goede manier worden uitgevoerd dan ligt het klimaatdebat in Nederland ver voor op dat in het buitenland.