Ik heb een reactie geschreven naar aanleiding van Baudets column en alle reacties erop. NRC gaat ‘m niet plaatsen. Hieronder mijn integrale stuk:

Meer zelfreflectie nodig in het klimaatdebat
Na maanden van relatieve stilte rond het ‘klimaatprobleem’, bracht columnist Thierry Baudet (Opinie, 27 januari) het weer eens ter sprake. Dat menselijke uitstoot van CO2 enig effect heeft op het klimaat is weliswaar aannemelijk, ‘maar het precieze wat en hoe weten we eenvoudigweg niet, en of het een probleem is al helemaal niet’, schreef Baudet. Hij baseerde zijn column onder meer op mijn boek De staat van het klimaat.

Baudet heeft het geweten. Hoon viel hem ten deel, op blogs, op twitter en in NRC zelf (Opinie, 30 januari). Hij is een nieuwkomer in het klimaatdebat en bovendien geen klimaatonderzoeker (maar jurist) en derhalve een gemakkelijke prooi voor het establishment.

Zo zet Wouter van Dieren hem direct weg als ‘klimaatontkenner’ en even later stelt hij zonder in detail te treden dat de punten van Baudet ‘allang weersproken’ zijn. Om vervolgens een algemener betoog te houden over de motieven van klimaatontkenners. Jan Terlouw verwijt Baudet dat hij niet snapt hoe (klimaat)wetenschappers denken. Dat twijfel een handelsmerk is van iedere serieuze wetenschapper. Om vervolgens simpelweg te stellen dat CO2 en andere broeikasgassen een groot deel van de temperatuurstijging van de laatste halve eeuw hebben veroorzaakt. Einde twijfel, einde discussie.

Middeleeuwen
Nog opvallender was een reactie van vijf klimaatonderzoekers (niet geplaatst in NRC maar terug te vinden op de blog klimaatverandering.wordpress.nl). Zij spelen eerst op de man met hun kop ‘Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat’. Vervolgens gebruiken ze het autoriteitsargument: ‘Hij [Baudet] baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen.’ Alsof mijn boek niet ook op wetenschappelijke publicaties gebaseerd zou zijn.

Baudet wijst in zijn column op de behoorlijke klimaatfluctuaties die er in de afgelopen duizend jaar zijn geweest. Warm rond het jaar 1000, relatief koud tussen 1300 en 1850 en daarna weer warmer. De website CO2Science.org heeft 600 studies besproken die laten zien hoe in een bepaalde regio de huidige warme periode zich verhoudt tot die van duizend jaar geleden. Het merendeel van die studies wijst uit dat het rond het jaar duizend zelfs warmer was dan nu.

Een terecht punt dus van Baudet, maar wat stellen de vijf onderzoekers? ‘De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar’, schrijven ze. De stelligheid waarmee ze dit durven opschrijven is ronduit stuitend en wetenschappelijk gezien volstrekt onverantwoord.

Vervolgens stellen de vijf dat ‘de huidige opwarming alleen te verklaren is door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide’. Ook dit is te stellig. Onderzoekers simuleren het klimaat met computermodellen. Die modellen worden steeds uitgebreider, maar een sleutelvraag is nog altijd of de modellen het klimaat goed nabootsen. Met die modellen lukt het alleen om de opwarming tussen 1970 en 2000 te simuleren als CO2 en andere broeikasgassen een flinke bijdrage leveren. Ergo, het is de mens, concluderen veel onderzoekers.

Schommelingen
Maar een cruciale aanname hierbij is dat natuurlijke klimaatschommelingen goed in het computerklimaat zit. En dat is maar de vraag. Eerder in de eeuw, tussen 1910 en 1940, warmde de aarde eveneens een halve graad op. De modellen kunnen deze opwarming niet goed simuleren. Er zijn natuurlijk kandidaten, de zon, het uitblijven van grote vulkaanuitbarstingen, maar sluitend is de bewijsvoering zeker niet. Dit roept de vraag op of de natuurlijke schommelingen in het werkelijke klimaat niet groter zijn dan in het virtuele klimaat. En een volgende vraag is dan: zou een deel van de opwarming sinds 1970 niet ook het gevolg kunnen zijn van natuurlijke schommelingen en zo ja welk deel?

Dat natuurlijke schommelingen een grotere rol spelen in het klimaat is de laatste tien jaar nog aannemelijker geworden toen, ondanks een snelle toename van de CO2-concentratie, de opwarming van de aarde stagneerde. Tot mijn grote verbazing stellen de vijf klimaatonderzoekers: ‘De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar’. Dit is ronduit onjuist. Alle beschikbare metingen laten zien dat er de laatste tien jaar niet of nauwelijks opwarming is geweest. Wel is het nog steeds ‘warm’. We zitten als het ware op een plateau, maar de door Baudet gekozen term ‘stagnatie’ is wel degelijk terecht.

En wat misschien nog wel belangrijker is, de computermodellen gevoed met CO2 geven aan dat het de afgelopen tien jaar warmer had moeten worden op aarde. We lopen dus achter op ‘schema’. De stagnatie voedt de twijfel dat computermodellen het klimaat nog niet goed in de vingers hebben.

De meeste klimaatonderzoekers denken nog steeds dat de aarde de komende eeuw twee tot drie graden zal opwarmen. Maar met ieder jaar dat de opwarming uitblijft zal de roep om herziening van de doemscenario’s groter worden. In deze tijd van grote vragen over de aard en ernst van een eventueel klimaatprobleem past bescheidenheid bij de klimaatonderzoekers en een open houding naar sceptische geluiden.

Marcel Crok is freelance wetenschapsjournalist. Eind 2010 publiceerde hij het boek De staat van het klimaat, Een koele blik op een verhit debat.