Ongelooflijk dat het alweer een jaar geleden is dat De staat van het klimaat verscheen. Een jaar geleden was ik behoorlijk nerveus voor de lancering. Wat hing mij boven het hoofd? De ochtend voor de presentatie twitterde Diederik Samsom: ‘Net op tijd Marcel Croks boek Staat van het klimaat uit. Eindelijk een gedegen analyse van klimaatskepsis.’ Die tweet was een hele geruststelling en eigenlijk de voorbode van diverse positieve recensies (en ook enkele negatieve) en interviews in kranten en tijdschriften.

In de eerste twee jaar dat ik aan het boek werkte (2008-2009) was ‘het geloof’ in de opwarming van de aarde nog uitermate sterk. Er was weliswaar al veel discussie over de stagnatie van de temperatuur sinds de eeuwwisseling, maar aangezien die periode nog relatief kort was, kon de mainstream het gemakkelijk afdoen als ‘natuurlijke variatie’. Met het IPCC-rapport uit 2007 was de wetenschap ‘eruit’, de film van Al Gore had politici overal ter wereld doordrongen van de ernst van het klimaatprobleem en als klap op de vuurpijl hadden Al Gore en het IPCC samen de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen.

De macht en invloed van het IPCC was op een hoogtepunt en onder dit gesternte hadden klimaatsceptici het moeilijker dan ooit. Weliswaar hadden McIntyre en McKitrick in 2005 de hockeystick ontmanteld, hun ster was voornamelijk rijzende op internet. In het IPCC-rapport werd hun kritiek geen recht aan gedaan.

Wie op zoek ging, zoals ik, kon enorm veel kritiek vinden op de mainstream visie van het IPCC. In de literatuur en in de blogosfeer. Maar hoe ging ik die kritiek brengen? Met die vraag heb ik heel lang zitten worstelen. Als criticus in een sterk gepolariseerd debat weet je dat met de kleinste fout je lot bezegeld kan zijn. Met die ene fout in de hand kan het hele boek gekraakt worden en terzijde geschoven. Dat maakte het schrijven van het boek een nog grotere worsteling dan het normaal al is. Bij iedere zin, alinea, vraag je jezelf tien keer af of het klopt wat er staat en in hoeverre er gaten in geschoten kunnen worden.

Het zou achteraf heel interessant geweest zijn als mijn boek voor climategate en de IPCC-fouten verschenen zou zijn. Het zou dan veel harder aangekomen zijn omdat het IPCC toen nog onomstreden was bij wetenschappers, politiek en publiek. Anderzijds namen climategate en de IPCC-fouten voor mij de druk van de ketel. Het publiek kon wennen aan het idee dat prominente klimaatonderzoekers ‘bad boys’ kunnen zijn en dat het IPCC ook niet onfeilbaar was. Dit – en de neutrale toon van mijn boek – verklaart denk ik waarom het boek weinig ophef heeft veroorzaakt. Geen snijdende kritiek in de Volkskrant, maar een groot interview met mij als auteur. Karel Knip in NRC schreef een zure recensie maar jammerde vooral over een ‘verbeten campagnetoon’, een karakterisering die vervolgens door andere recensenten overgenomen werd.

Van belang voor mijn ‘acceptatie’ was ook dat staatssecretaris Atsma mij snel na de publicatie van het boek uitnodigde op het ministerie. Dit werd vermoed ik met argusogen bekeken door de belangrijke stakeholders in het klimaatdebat, met name de grote klimaatinstituten. Plots had een ‘scepticus’ (ik noem mijzelf zo niet) een directe lijn met ‘de macht’.

Politiek
De lovende woorden van Diederik Samsom bij de overhandiging van het eerste exemplaar zijn ook belangrijk geweest. Hij zei onder andere:

Maar ik kreeg een afgewogen kritisch verhaal over het functioneren van het IPCC, doorspekt met goede suggesties voor verbeteringen van een man die een grenzeloos vertrouwen in de kracht van goede wetenschap aan de dag legde. Ja, wie oppervlakkig kijkt deelt Crok in in het kamp der fanatieke redeloze sceptici, maar wie goed luistert hoort een betrokken wetenschapsjournalist.

Dat het slimste jongetje van Den Haag mijn boek bij de presentatie zo positief besprak haalde de angel bij voorbaat uit de discussie. Wat zou een Liesbeth van Tongeren van Groen Links moeten beginnen? In reactie op de persaankondiging van mijn boek had ze nog geroepen ‘klinkklare nonsens’. Maar na verschijning bleef een inhoudelijke reactie uit. Later, na aansporing van een vriend van haar, heb ik haar het boek toegestuurd met een persoonlijke boodschap erin en de vraag om een inhoudelijke reactie te geven. Die is er nooit gekomen en ik denk niet dat ze het boek gelezen heeft.

In dat opzicht ben ik minder positief dan Theo Wolters, die vandaag op climategate.nl schreef:

De laatste groep stemt mij zeer tevreden. Marcel is inmiddels geheel parlementfähig, en De Staat wordt door veel politici zeer serieus genomen.  Dat blijkt ook wel uit de meerdere uitnodigingen die Marcel inmiddels heeft ontvangen om presentaties te houden voor politici en ambtenaren.

Dit is een overdrijving. Ik ben bij Atsma geweest maar ik vermoed niet dat ambtenaren van zijn ministerie mijn boek hoog in hun lijst van favoriete boeken zullen hebben staan. Uitnodigingen vanuit de politiek/de overheid zijn er verder niet geweest. Pas komende 28 november vindt er een interessante discussie plaats bij de Provincie Utrecht, waar zowel ik als Wilco Hazeleger van het KNMI zullen spreken gevolgd door debat.

Het initiatief hiervoor kwam van de PVV en het is louter te danken aan het doorzettingsvermogen van de betreffende PVV-politicus dat de avond uiteindelijk doorgaat. Er was grote weerstand bij de andere partijen om mij te laten spreken, zelfs bij de VVD. Men zag er het nut niet van in, want the science was toch settled. Zonder tegenspreker was het sowieso onbespreekbaar.

Dit geeft aan dat er juist onder politici nog een lange weg te gaan is voordat men voldoende kennis heeft van het klimaatdebat om in te zien dat a) de wetenschap er nog niet uit is b) dat er valide kritiek bestaat op de IPCC-visie en c) dat dit grote consequenties kan hebben voor het beleid (bv. veel meer inzetten op adaptatie dan op mitigatie).

Er zijn overigens wel (lokale) politici die het boek hebben ingekocht om uit te delen in bv de raad.

Klimaatwetenschappers
Vlak na verschijning van mijn boek gaf ik voordrachten bij zowel het PBL als het KNMI. Bij beide gelegenheden was de opkomst groot en de sfeer was open en goed. Bij het KNMI was mijn eerste vraag ‘wie heeft mijn boek gelezen?’. Dat waren slechts een handjevol onderzoekers op de eerste en tweede rij, waaronder diegene die later op klimaatportaal uitgebreid op mijn boek zouden reageren.

Inmiddels zal dit aantal wel iets groter zijn, toch vermoed ik dat slechts een fractie van de klimaatonderzoekers in Nederland mijn boek gelezen zal hebben. Dat is jammer, want ik zag juist hen als een belangrijke doelgroep. Mijn boek geeft immers een overzicht van wat er aan ‘sceptische’ literatuur beschikbaar is en hoe het IPCC hiermee om ging. Door de vele interviews met mainstream onderzoekers weet ik dat die vaak slecht op de hoogte zijn van kritiek van sceptici. Dus ik ben er van overtuigd dat klimaatonderzoekers iets van mijn boek op kunnen steken.

Waarom zou een fulltime klimaatonderzoeker niet de moeite nemen mijn boek te lezen? Een eerste simpele reden is dat hij/zij al zoveel leest over het klimaat en in de vrije tijd nou wel eens wat anders wil lezen. Een tweede reden is – helaas vermoed ik – mijn imago in de Nederlandse klimaatgemeenschap. Dit gaat waarschijnlijk terug naar mijn hockeystickartikel uit 2005. Mijn reputatie als ‘scepticus’ was er onmiddellijk mee gevestigd en die term heeft in de klimaatwereld geen positieve associatie.

Een derde reden is dat veel klimaatonderzoekers zich verre van het klimaatdebat willen houden. Men is als de dood om zich publiekelijk ergens over uit te spreken, uit angst dat dit tot een enorm moddergevecht met andersdenkenden zal leiden. Ik vroeg bij het KNMI ook wie blogs leest. Vrijwel niemand. De vraag is of je climategate en het klimaatdebat wel kunt begrijpen zonder de blogosfeer. Ik denk van niet. Maar onderzoekers hebben het druk zat, ze moeten onderzoek doen en publiceren. De blogosfeer kan je totaal opslokken. Veel klimaatonderzoekers zijn het klimaatdebat beu. Ze zien het als een herhaling van zetten. Ten onrechte. Ze laten zich daarbij te veel leiden door het publieke klimaatdebat, dat logischerwijs niet altijd op het ‘hoogste’ niveau gevoerd wordt. Het wetenschappelijke debat schrijdt langzaam voort maar zit zeker niet muurvast. En juist door de stagnatie van de opwarming heeft het debat een nieuwe dynamiek gekregen.

Hoewel ik zo nu en dan een uitnodiging krijg om deel te nemen aan een debat ben ik niet salonfähig in de academische wereld. Ik geef zelden college hoewel ik dat graag zou doen. Mijn boek staat voor zover ik weet nergens op de literatuurlijst, hoewel het zeer geschikt is als een basisboek over het klimaatdebat.

Publiekelijk erkennen dat het klimaatprobleem ‘wel meevalt’ is nog altijd not done voor mainstream klimaatonderzoekers. Ze zouden daarmee hun hele onderzoeksveld (dat wil zeggen de financiering ervan) in gevaar brengen. Het omarmen van mijn boek is daarom lastig.

Ik heb overigens wel positieve reacties gehad op mijn boek van klimaatonderzoekers, maar die zijn gepensioneerd.

Hand in eigen boezem
Ik herinner mij dat een reageerder op climategate.nl begin dit jaar schreef dat ‘2011 het jaar van Marcel Crok’ zou worden. Is dat uitgekomen? Het korte antwoord is nee. Ik heb (financieel gezien) een moeilijk jaar achter de rug. Ik had gehoopt meer lezingen te kunnen geven, bijv. in het bedrijfsleven. Bedrijven tonen echter geen belangstelling. Dat kan komen door de economische crisis. Maar het kan ook komen doordat bedrijven nou net om zijn. Ze zijn massaal bezig met hun duurzame imago, waarbij CO2 een prominente rol speelt. Ze willen groen zijn en als het even kan klimaatneutraal. En uitgerekend op dat moment kom ik aanzetten met mijn boodschap: gokken jullie met CO2 niet op het verkeerde paard? Dat is een onwelkome boodschap waar bedrijven op dit moment weinig mee kunnen of willen. Voor lezingen in het bedrijfsleven zal ik een veel positievere draai aan mijn verhaal moeten geven en daarover ben ik nog hard aan het nadenken.

Dat 2011 niet ‘mijn’ jaar is geworden heeft ook een andere heel banale reden. Ik merkte dat ik zeker de eerste maanden van dit jaar (na alle media-aandacht in november en december) behoorlijk uitgeput was. Ik had drie jaar gewerkt aan een boek over een heel gevoelig onderwerp, me continu afvragend of het wel klopte wat ik schreef. In dezelfde periode werden mijn twee kinderen geboren. Het was kortom een heftige periode geweest en ik was op. Dat belemmerde me om veel actiever te zijn op bijv. deze blog, op andere internetfora en op twitter. Had ik daarvoor wel de energie gehad dan zou ik nu ‘verder’ geweest zijn.

Bij dit alles moeten we niet vergeten (en ik heb daarover uitgebreid met Arend Jan Boekestijn gesproken) dat ik een vrij onbekende jongen ben die net zijn eerste boek heeft uitgebracht. Zelfs voor een BN’er als Boekestijn is het momenteel heel hard werken en onderhandelen om aan voldoende opdrachten te komen. Hoewel ik in zijn ogen met mijn boek en mijn kennis ‘op een goudmijn’ zit, is het nog niet zo eenvoudig om dat goud uit de bodem te halen.

Sceptici
Dit lange bericht overziend ben ik minder positief dan Theo Wolters op climategate.nl. Hij overschat de impact die mijn boek heeft gehad op de politiek en op het bedrijfsleven. Wel deel ik zijn mening dat de Nederlande sceptici er met De staat een betrouwbaar werk bij hebben waarnaar in discussies verwezen kan worden. Of zoals Theo schreef:

Wel, hierover kunnen we kort zijn: fantastisch! Sinds De Staat is er een praktisch bruikbaar boek, waaruit je met één dag zelfstudie voldoende harde data kunt opslaan om in elk gezelschap een kritisch standpunt t.o.v. het IPCC mee overeind te houden.
Maar misschien heeft het boek nog sterker gewerkt als oppepper van het sceptische moreel: niet langer hoef je je als scepticus allerlei denigrerende opmerkingen te laten welgevallen, De Staat heeft de Nederlandse sceptici in één keer geëmancipeerd.

Dat zijn lovende woorden, die ik zelf niet snel voor mijn rekening zou nemen. Maar ik denk wel dat mijn boek sceptici een zetje in de rug heeft gegeven.

Hoe goed is mijn boek verkocht? Aanvankelijk ging het heel hard maar in de loop van 2011 stagneerde de verkoop wel wat. Er zijn nu ongeveer 4500 exemplaren verkocht wat goed is voor een non-fictie boek. Natuurlijk hoop je op meer. Kroonenbergs De Menselijke Maat was een absolute kaskraker met meer dan 25.000 exemplaren, maar zoals hij zelf zei had hij dat succes deels aan Al Gore te danken. Zijn boek kwam tegelijk met de film en hij liftte mee op de populariteit van het onderwerp.

Een grote buitenlandse uitgeverij wil mijn boek in het Engels op de markt brengen. Het plan is nu om het boek om te gooien, te actualiseren en uit te breiden. Een heel nieuw boek in feite. De komende maanden zal ik daar keihard aan gaan werken. Hopelijk kan dit boek na de zomer van 2012 verschijnen. Daarmee zou 2012 voor mij al geslaagd zijn.

Als laatste wil ik nog twee mensen in het bijzonder bedanken. Ten eerste Cees Buisman van Wetsus in Leeuwarden, die mijn boek had gelezen en me de gelegenheid gaf op een congres van Wetsus mijn verhaal te doen. Hij gaf bovendien alle deelnemers van het congres mijn boek cadeau.

De tweede persoon, die anoniem wil blijven, heeft als directeur van een grote stichting die zijdelings met het klimaatdebat te maken heeft, honderden exemplaren van mijn boek gekocht om uit te delen aan relaties. Het zijn dergelijke gebaren (en de vele mailtjes die ik ontving) die mij sterken om op de ingeslagen weg door te gaan.