De Belgische socioloog Frédéric Vandermoere schreef een uitgebreide recensie over mijn boek in het Vlaamse Tijdschrift voor Sociologie.

Ik pleit er al jaren voor dat sociologen, wetenschapsfilosofen en -historici zich meer met het klimaatdebat gaan bemoeien omdat het debat vanuit dit soort disciplines beter te begrijpen is dan vanuit een strikt natuurwetenschappelijk perspectief. Dus ben ik blij met zo’n uitgebreide recensie in een vakblad voor sociologen.De recensie is vooral beschrijvend en de auteur onthoudt zich van het uitspreken van een duidelijk oordeel. Hij noemt het wel een aanrader om de dialoog op gang te brengen. Zoals hij op het eind schrijft:

Intussen zijn er in de blogosfeer diverse kritieken op dit boek verschenen. Zo kan men stellen dat het Marcel Crok zelf is die selectief omgaat met citaten, dat hij wetenschappelijke studie x of y verkeerd heeft geïnterpreteerd, of dat hij de compatibiliteit van mitigatie en adaptatie onderschat. Maar of men nu akkoord gaat met Croks analyse of niet, dit boek heeft alleszins de potentie om ook meer ‘niet-klimaatonderzoekers’ bij het klimaat- en energiedebat te betrekken. Het is immers niet belangrijk of dit boek alle kritieken kan doorstaan. Althans lijkt het mij belangrijker dat zijn werk een aanzet geeft tot dialoog en denken. Het zou betreurenswaardig zijn indien dit denken of ‘kritisch zijn’ wordt gereduceerd tot een kwaadwillig scepticisme. Een aanrader dus voor allen die openstaan voor constructieve deconstructies van ‘het klimaat’ van ‘onze planeet’.

Als socioloog vond Vandermoere H7 en H8 het meest interessant. H8 vat hij uitstekend samen:

Volgens Crok valt het klimaatprobleem niet op te lossen. Hij wijst er ten eerste op dat dezelfde wetenschappelijke gegevens nog altijd kunnen leiden tot uiteenlopende standpunten. Dit heeft naast de limieten van onze kennis onder andere te maken met sociale factoren zoals sociaaleconomische posities en attitudes ten aanzien van de relaties tussen mens, omgeving, en maatschappij. Bovendien is de definitie van ‘het klimaatprobleem’ niet eenduidig. En, zo schrijft Crok, “als er geen overeenstemming is over wat ‘het klimaatprobleem’ is, dan is er ook geen oplossing voorhanden” (257). Wat voor hem wel duidelijk is (zie hoger), is dat een klimaatbeleid meer zou moeten zijn dan een CO2-beleid. Tot dusver ligt de focus van het klimaatbeleid te veel op de menselijke uitstoot van CO2, mede omdat het IPCC is ingebed in een te eng gedefi nieerd klimaatverdrag (cf. United Nations Framework Convention on Climate Change, UNFCCC). In plaats daarvan stelt hij voor om ons te richten op aanpassing aan klimaatverandering. Deels verwijzend naar de Hartwell Paper, lijkt Crok te stellen dat we een nieuw kader moeten creëren, van mitigatie richting adaptatie, van klimaat richting energiebeleid: “Succesvol beleid kan er alleen komen als er korte termijn voordelen zijn en niet alleen maar ‘opofferingen’ met vage voordelen in de verre toekomst in het vooruitzicht. Toegang krijgen tot energie is een direct voordeel. Adaptatie is een direct voordeel dat mensen beter kan beschermen tegen weersextremen”