Zo, even gewacht tot de storm is gaan liggen. VVD-kamerlid René Leegte gooide gisteren de knuppel in het hoenderhok door te pleiten voor verzelfstandiging van het KNMI. Het kwam nogal slordig (en ook foutief) verwoord in De Telegraaf terecht (die spraken namelijk over ‘opheffen KNMI’), waardoor hoongelach hem de hele dag ten deel viel.

Leegte gaf een toelichting op de radio, waarin hij duidelijk maakte dat het om de verzelfstandiging ging van het KNMI en niet om het opheffen. Ook liet hij daar doorschemeren dat het KNMI volledig op eigen benen zou moeten gaan staan. ‘Dat zou wel eens heel louterend kunnen zijn’, aldus Leegte. Die suggestie leverde vervolgens de tweede golf van verontwaardiging op.

Het is jammer dat Leegte zich op meerdere punten ongelukkig uitdrukte. Hierdoor zijn er veel voor de hand liggende woordgrapjes gemaakt over zijn achternaam en is de vraag ‘zou verzelfstandiging van het KNMI een goed idee zijn?’ nauwelijks aan bod gekomen.

Ik vind verzelfstandiging van het KNMI wel degelijk een goed idee. Deze stap is echter veel minder revolutionair dan velen denken.

Regeerakkoord over KNMI
Cees Molenaars, voorlichter van het KNMI, reageerde heel goed en rustig op de uitspraken van Leegte. In De Telegraaf zei hij:

Woordvoerder Cees Molenaars van het KNMI zegt in een reactie dat het ministerie en het KNMI in gesprek zijn over de toekomstige taken van het weerinstituut. In het regeerakkoord staat dat die nader zouden worden bezien. Letterlijk staat er ‘eventuele privatisering’, aldus Molenaars. „Atsma is hier volop mee bezig; hij stuurt waarschijnlijk kort na de zomer een brief naar de Tweede Kamer over het KNMI.”

Op de blog die Paul Luttikhuis naar aanleiding van Leegte’s uitspraken schreef kunnen we lezen wat er precies in het regeerakkoord staat:

‘De subsidies op het terrein van VenW worden beperkt. Daarbij zal het huidige takenpakket van het KNMI nader worden bezien (evt. privatisering).’

In dit licht moet de uitspraak van Leegte gezien worden. Er is in het regeerakkoord vastgelegd dat het takenpakket van het KNMI opnieuw bezien moet worden. Binnen deze discussie doet Leegte nu het voorstel om het KNMI te verzelfstandigen.

Is het KNMI onafhankelijk?
Molenaars noemt het KNMI in De Telegraaf ‘onafhankelijk’:

Maar er zal altijd een publieke taak voor het KNMI zijn en de onafhankelijkheid van het instituut is onbetwist, benadrukt de woordvoerder. Die onafhankelijkheid is recentelijk nog aangetoond door een International Review Committee. Daarnaast volgen we de richtlijnen van de World Meteorological Organisation (WMO) en de richtlijnen en de procedures voor integriteit van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, aldus Molenaars.

Hier heb ik een andere mening over. KNMI’ers vallen rechtstreeks onder het ministerie van voorheen Verkeer en Waterstaat en tegenwoordig het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Een KNMI-onderzoeker is dus in feite een ambtenaar. Waarom is dat problematisch? Ambtenaren worden doorgaans niet geacht het beleid van hun eigen minister of staatssecretaris tegen te spreken.

En inderdaad zul je het KNMI of een KNMI’er vrijwel nooit in de media het klimaatbeleid van de staatssecretaris horen afvallen . Individuele KNMI-onderzoekers kunnen wel interviews geven aan de media maar de artikelen die dat oplevert moeten eerst goedgekeurd worden door de afdeling voorlichting. Die afdeling zal er op toezien dat KNMI’ers geen uitspraken doen die in strijd zijn met het IPCC dan wel met het klimaatbeleid van hun (eigen) ministerie.

Ik weet dat er ook onder KNMI-onderzoekers een heel spectrum aan opvattingen bestaat over klimaatverandering. Je hebt ‘alarmisten’, een grote middengroep en zelfs een enkele ‘scepticus’. Dit is volkomen normaal. Het probleem is alleen dat de buitenwereld via de media niets meekrijgt van dit spectrum aan opvattingen, omdat het KNMI naar buiten toe blijkbaar toch één boodschap wil of moet uitdragen. Dat is wat we voor het gemak de IPCC-visie zullen noemen.

Steeds meer wetenschappers bloggen tegenwoordig (op persoonlijke titel) maar geen enkele KNMI’er doet dat. Waarom niet? Geen enkele KNMI’er twittert ook, voor zover ik weet. Waarom niet? KNMI-onderzoekers zijn veel minder vrij in hun doen en laten dan laten we zeggen een gemiddelde universitaire onderzoeker. Dit heeft in mijn ogen alles te maken met het feit dat ze onder het ministerie hangen.

Daarbij speelt nog mee dat het KNMI het focal point is van het IPCC. KNMI is het Nederlandse aanspreekpunt voor het IPCC en de voordracht van auteurs en hoofdauteurs voor IPCC-rapporten vindt plaats via het KNMI. Het is dus niet vreemd dat het KNMI zich sterk verbonden voelt met het IPCC en de neiging heeft om de IPCC-visie uit te dragen.

Deze twee petten van het KNMI (rechtstreeks vallen onder het ministerie en focal point zijn van het IPCC) zorgen er in mijn ogen voor dat het KNMI onvoldoende onafhankelijk is. In ieder geval onvoldoende om te kunnen spreken van een ‘onafhankelijk onderzoeksinstituut’.

De oplossing
Er zijn in Nederland vele onderzoeksinstituten. De meeste hangen onder de KNAW of onder NWO. Het is veel logischer als het KNMI net als FOM, SRON en NIOZ ook een NWO-instituut wordt. Daarbij zou je kunnen denken aan een opsplitsing van de weer- en klimaattak van het KNMI. De weer-tak valt onder de ‘publieke taak’ waar Molenaars het over had en blijft bij het ministerie. De klimaattak wordt een NWO-instituut. Net als andere instituten ontvangt het KNMI overheidsfinanciering en voor de rest haalt het opdrachten binnen via EU, ESA etc. zoals nu ook al het geval is.

Het focal point van het IPCC gaat weg bij het KNMI en komt te liggen daar waar het hoort, bij het ministerie. Het IPCC is immers een intergovernmental body. Uiteraard kan het ministerie KNMI’ers blijven voordragen om mee te schrijven aan de IPCC-rapporten.

De veranderingen zijn dus vrij subtiel en verre van revolutionair maar toch heel cruciaal. Wil je een onafhankelijk onderzoeksinstituut zijn (en uit ervaring weet ik dat de meeste KNMI-onderzoekers dat heel graag willen) dan moet je niet te nauw verbonden zijn met het ministerie dat gaat over klimaatbeleid en ook niet met het IPCC.