Vandaag is de brochure De Staat van het Klimaat 2010 verschenen, de jaarlijkse uitgave van het PCCC. In de brochure gaan de auteurs diverse malen in op mijn boek. Daarnaast gaat het PCCC op hun website, klimaatportaal, nog uitgebreider in op mijn boek, met name op de hoofdstukken 2, 4 en 5. Zoals verwacht is het PCCC vrij kritisch over het boek, hoewel ze me deels gelijk geven over tekortkomingen in het IPCC-proces.

Achtergrond
Bij de verschijning van mijn boek half november liet Leo Meyer van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) weten dat het PCCC na een week of twee wilde reageren op mijn boek. Dat werd echter later en later en uiteindelijk heeft de reactie vijf maanden op zich laten wachten. Ondertussen gaf ik presentaties bij zowel het PBL als het KNMI, die beide druk bezocht werden. Tijdens de vragen na afloop werden al enkele onderwerpen aangekaart door onder andere Rob van Dorland en Bram Bregman van het KNMI, die nu ook terugkeren in de reactie op mijn boek.

Ik onderhield vooral contact met Bart Strengers en Leo Meyer van het PBL en kreeg ruim anderhalve week geleden de conceptversie van hun reactie ter inzage. Ik kreeg de toezegging dat mijn reactie op hun reactie ook op klimaatportaal geplaatst zal worden. Het lukte me qua tijd niet om meteen al inhoudelijk op alle punten in te gaan en dat zal ik dan ook de komende tijd punt voor punt doen. Wel schreef ik een eerste algemene reactie die als het goed is vanavond of morgenochtend ook op klimaatportaal zal verschijnen en die ik hieronder ook zal plaatsen.

Politiek
Ik beschouw het als belangrijke reclame voor mijn boek dat actieve klimaatwetenschappers in Nederland er zo uitgebreid op reageren. Het is blijkbaar een serieus te nemen boek. Toch denk ik dat de voornaamste reden voor hun uitgebreide reactie een politieke is geweest. Ik werd vlak na het verschijnen van mijn boek uitgenodigd bij staatssecretaris Joop Atsma, de hoogste klimaatgezant van Nederland. De kans is groot dat ambtenaren van Atsma aan het PCCC hebben gevraagd wat ze nu van mijn boek moesten vinden. Zodoende was het PCCC min of meer wel ‘gedwongen’ op mijn boek te reageren, vermoed ik. Dat vermoeden wordt versterkt in de samenvattende tekst waar de auteurs schrijven:

Het Platform Communication on Climate Change (PCCC) krijgt regelmatig verzoeken van beleidsmakers, politici en andere professionals om wetenschappelijke duiding te geven aan berichten over klimaat die met regelmaat in de media en in de blogosfeer verschijnen.

Eerste reactie Marcel Crok op PCCC-stuk
Kritiek krijgen vindt vrijwel niemand leuk. Kritiek leveren is echter een fundamenteel onderdeel van de wetenschap. Zonder kritiek geen vooruitgang. Ik juich het dan ook toe dat het PCCC vijf maanden na de publicatie met een uitgebreide reactie komt op mijn boek De staat van het klimaat, een koele blik op een verhit debat.

Het klimaatdebat lijdt de laatste jaren onder een hevige kampenstrijd tussen enerzijds de mainstream klimaatonderzoekers en anderzijds de klimaatsceptici. Deze kampenstrijd escaleerde eind 2009 door Climategate (duizenden e-mails van wetenschappers van de Britse Climate Research Unit werden door een hacker of een klokkenluider online gezet) en door in het vierde IPCC-rapport ontdekte fouten.

Imago
Het imago van het IPCC en van de klimaatwetenschap als geheel heeft sterk geleden onder deze gebeurtenissen en onderzoekers vragen zich af hoe het vertrouwen in de klimaatwetenschap hersteld kan worden. Een veel gehoorde term daarbij is ‘transparantie’. Meer openheid over data en rekenmethoden en meer openheid over het IPCC-proces. De PCCC-auteurs noemen dit ook in hun samenvattende repliek op mijn boek waar ze schrijven te pleiten voor ‘meer openheid van het IPCC-bestuur en –communicatie en een transparanter selectie van auteurs’.

In dit verband is het jammer dat de PCCC-auteurs ervoor gekozen hebben hun eigen namen niet te vermelden. Door Nederlandse critici wordt het PCCC al geregeld gezien als een groep deskundigen die de gelederen gesloten probeert te houden. Het PCCC is immers een samenwerkingsverband van vrijwel alle Nederlandse instituten die zich actief met klimaat bezig houden. Door nu als ‘PCCC-groep’ te reageren wordt het een soort strijd tussen ‘het PCCC’ (wat dan zou staan voor een soort consensus onder Nederlandse klimaatwetenschappers) en ondergetekende. Ofwel een individu (die zelf geen klimaatwetenschapper is) tegen een muur van officiële instanties. In mijn ogen is het een gemiste kans om de transparantie in het klimaatdebat verder kracht bij te zetten.

[Update] De namen zijn een dag later toch bij het stuk geplaatst. De tekst luidt: Hieronder treft u de visie aan van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op die kritiek. Deze tekst is opgesteld door Leo Meyer en Bart Strengers van het PBL, die hiervoor deskundigen hebben geraadpleegd van het ECN (Bart Verheggen) en het KNMI (Rob van Dorland, Bram Bregman, Geert Jan van Oldenborgh en Albert Klein Tank).[Einde update]

Dat gezegd hebbende zijn mijn persoonlijke ervaringen in het Nederlandse klimaatdebat overwegend positief. Na de publicatie van mijn boek heb ik zowel bij het Planbureau voor de Leefomgeving als bij het KNMI druk bezochte presentaties gegeven en mijn indruk is dat Nederlandse klimaatwetenschappers open staan voor de dialoog met critici.

Harde feiten
Deze dialoog betekent uiteraard niet dat het PCCC de critici gelijk geeft en dat blijkt ook uit de reactie op mijn boek. Hoewel de PCCC-auteurs her en der erkennen dat het IPCC vollediger had kunnen zijn of dat het IPCC een argument beter had kunnen onderbouwen, blijven de hoofdconclusies van het IPCC volgens het PCCC overeind staan. Verrassend is dat niet. In mijn boek schrijf ik (pag. 36) het volgende:

Mijn stelling is dat er maar twee harde feiten zijn in het klimaatdebat. Het eerste is dat de toename van CO2 in de atmosfeer vrijwel zeker is toe te schrijven aan de mens. Het tweede is dat de aarde sinds het begin van de Industriële Revolutie wat is opgewarmd. Aan het tweede feit voeg ik meteen toe dat de mate van opwarming nog zeer omstreden is en daarover gaat het grootste deel van dit hoofdstuk. Je zou het tweede feit dus ook een half feit kunnen noemen.
Met slechts één hard feit, een tweede wat zachter feit en een systeem zo complex als het klimaat, is het geen wonder dat er verhitte debatten ontstaan tussen wetenschappers. Het zou eerder een wonder zijn als de wetenschap ‘eruit’ zou zijn.

Ik zie de kritiekpunten van het PCCC in dit perspectief. Er is inderdaad discussie over hoeveel de aarde nou daadwerkelijk is opgewarmd en er is nog veel meer discussie over de oorzaken van die opwarming. Mijn belangrijkste kritiekpunt is echter dat het IPCC onvoldoende oog heeft voor argumenten van sceptici en dat is ernstig omdat beleidsmakers zich voornamelijk baseren op de IPCC-rapporten.

Ik ben blij dat het PCCC gedeeltelijk meegaat in mijn kritiek op het IPCC als de auteurs het volgende schrijven:

Daarnaast delen wij tot op zekere hoogte zijn kritiek op het IPCC-proces. Ook onder de beste wetenschappers kunnen tunnelvisies en ‘group think’ voorkomen, en dan zijn buitenstaanders nodig om stevig aan hun conclusies te rammelen.

Dit is precies hoe ik zelf tegen het klimaatdebat aan kijk en wat ik (mede) met het boek beoog.

Selectief winkelen
Het PCCC verwijt mij diverse malen dat ik aan selectief winkelen doe. In zekere mate is selectief winkelen (in het Engels zo mooi cherry picking genoemd) inherent aan de aanpak die ik voor het boek hanteerde, zoals beschreven op pagina 33/34:

De aanpak in het boek is rechttoe, rechtaan. Bij ieder onderwerp kijken we of er kritiek was op ‘de consensus’ en zo ja, of die kritiek hout sneed en hoe het IPCC met die kritiek omging in vooral het vierde IPCC-rapport. Omdat het laatste IPCC-rapport verwijst naar wetenschappelijke literatuur uit 2005 en eerder, zullen we dikwijls ook literatuur bespreken die na 2005 verschenen is. Uiteraard kunnen we pas in 2014 weten hoe het IPCC deze na 2005 verschenen literatuur beoordeelt.

Ik ben dus op zoek gegaan naar in mijn ogen valide kritiek op de mainstream hypothese dat de aarde opwarmt door broeikasgassen en onderzocht hoe het IPCC met die kritiek omging. Dit is een legitieme vraag omdat het IPCC stelt dat het op een allesomvattende, objectieve, open en transparante wijze de wetenschap beoordeelt. Mijn boek toont aan dat het IPCC geregeld ‘sceptische’ artikelen negeert dan wel bagatelliseert. Het IPCC maakt de pretentie ‘allesomvattend’ en ‘objectief’ te zijn niet waar.

Ik begrijp wel dat mijn aanpak op aanhangers van de broeikashypothese ‘eenzijdig’ kan overkomen en dat het PCCC in mijn boek daarom een aanleiding ziet om hun visie nogmaals weer te geven. Dat is prima omdat daarmee duidelijk kan worden waarover mainstream onderzoekers en sceptici met elkaar van mening verschillen.

Tot slot
Zoals gezegd zal ik de komende tijd stap voor stap inhoudelijk op de argumenten van het PCCC ingaan. Die artikelen zullen te vinden zijn op mijn blog onder de URL https://www.destaatvanhet-klimaat.nl/category/PCCC/. Ik hoop van harte dat we onder die blogberichten de discussie op constructieve wijze kunnen voortzetten.

Noot: Ik kreeg in een laat stadium te horen dat nog niet alle bij het PCCC aangesloten instituten hun goedkeuring aan de teksten hebben kunnen geven waardoor de stukken nu officieel onder de verantwoordelijkheid van het PBL vallen.