Gerbrand Komen, voormalig researchdirecteur van het KNMI, met wie ik een constructieve dialoog voer over hoe het verder moet in het klimaatdebat, attendeerde me op een interessant stuk van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). Het artikel is getiteld Vertrouwen in wetenschap niet langer vanzelfsprekend. Naast dit artikel heeft de AWT ook een informatiekaart gemaakt waarin het allerlei factoren die van invloed zijn op ‘het vertrouwen in de wetenschap’ in kaart heeft gebracht.

Het klimaatdebat komt meerdere malen aan bod in het artikel:

Wetenschappers vertellen ons dat het klimaat verandert en dat omega 3 goed is voor hart en bloedvaten. Wetenschappelijke beweringen zijn een belangrijke basis voor alledaagse beslissingen en zeker ook voor beleid. Dan is het belangrijk dat het vertrouwen in wetenschap groot en breed gedeeld is. De afgelopen tijd was het vertrouwen in de wetenschap meermalen onderwerp van discussie, onder meer rondom het klimaatprobleem, de Mexicaanse griep, baarmoederhalskankervaccinatie en CO2-opslag. De veronderstelling daarbij was vaak dat het vertrouwen in wetenschap afneemt.

Zo worden gezondheidsonderzoekers vaker vertrouwd dan klimaatonderzoekers.

Tegenover deze trends staat echter een constante: er is nog altijd een groot vertrouwen in technologische vooruitgang. Dat is goed, maar er is ook een schaduwzijde. Het hoge vertrouwen in de wetenschap motiveert niet om zelf problemen op te lossen – dat doet de wetenschap immers wel voor ons. Klimaatverandering? Kan best, maar de wetenschap komt wel met oplossingen.

De strekking van het stuk is heel kort gezegd dat het vertrouwen in wetenschap nog altijd groot is in de samenleving, maar dat er wel heel wat veranderd is in het krachtenspel tussen wetenschap, overheid, markt, media en publiek en dat alle partijen daar meer rekening mee moeten houden.

Lager vertrouwen
Waarom is het vertrouwen in klimaatwetenschappers nu lager dan in gezondheidswetenschappers? Een van de redenen is volgens de AWT de rol van de media:

Wetenschappers en wetenschap komen regelmatig in beeld. Naast krantenbijlages en programma’s op TV over de wetenschap, worden wetenschappers ook vaak opgeroepen om hun duiding te geven aan nieuwsitems. Dat illustreert het vertrouwen in de wetenschap als onafhankelijke bron van informatie. De journalistiek en de media werken daarbij op basis van het principe hoor en wederhoor. Elke mening verdient een tegenspraak. Voor- en tegenstanders worden gehoord. Tegenover de mening van een wetenschapper wordt een andere mening geplaatst. Daarbij doet het er niet toe of die mening rust op een breed gedeelde consensus onder wetenschappers. Wetenschappers komen zo steeds vaker in beeld als verkondigers van meningen.
Kijkers, luisteraars, krantenlezers zijn geneigd op zoek te gaan naar bevestiging van hun eigen mening. In het debat over klimaatverandering bijvoorbeeld gaan tegenstanders van overheidsingrijpen of milieumaatregelen op zoek naar klimaatsceptici die hun mening bevestigen. Er is geen klimaatprobleem, en overheidsingrijpen is niet nodig. Door het principe van de media van hoor en wederhoor die dissidenten niet plaatsen binnen de context van een breed gedragen wetenschappelijke krijgen klimaatsceptici relatief veel aandacht.

Dit is de bekende balance as bias-kritiek, die voor zover mij bekend is door de Brit Max Boykoff in 2001 in dit artikel beschreven is (ik ontmoette Boykoff in 2009 kort in Boulder, hij werkt tegenwoordig op het instituut van Roger Pielke jr.) Al Gore verwees ook naar dit werk in zijn film. Het is een simpel en aannemelijk verhaal: de media zijn altijd op zoek naar hoor- en wederhoor en een minderheidsstandpunt krijgt daardoor onevenredig veel aandacht. Het even zo gemakkelijke tegenargument is uiteraard dat het in de wetenschap niet gaat om meeste stemmen gelden, zoals dat bij een politieke verkiezing wel het geval is. In de wetenschap gaat het om de sterkste argumenten en die kunnen heel goed bij de minderheid vandaan komen.

Wie moet wie overtuigen?
Bij de aankondiging van het AWT-artikel en de informatiekaart zitten twee links naar buitenlandse artikelen. Het eerste van Scientific American is getiteld Why Are Americans So Ill-Informed about Climate Change? en het tweede kopt Take the data to the people. De betreffende URL spreekt echter van Let the data speak for itself.

Een typerend fragment uit het Scientific American-artikel:

Near the forum’s conclusion, Massachusetts Institute of Technology climate scientist Kerry Emanuel asked a panel of journalists why the media continues to cover anthropogenic climate change as a controversy or debate, when in fact it is a consensus among such organizations as the American Geophysical Union, American Institute of Physics, American Chemical Society, American Meteorological Association and the National Research Council, along with the national academies of more than two dozen countries.
“You haven’t persuaded the public,” replied Elizabeth Shogren of National Public Radio. Emanuel immediately countered, smiling and pointing at Shogren, “No, you haven’t.” Scattered applause followed in the audience of mostly scientists, with one heckler saying, “That’s right. Kerry said it.”

Het tweede artikel, dat geschreven is door een wetenschapsvoorlichter van het National Snow and Ice Data Center (NSIDC) begint als volgt:

The number of people in the United States who think that humans are the cause of climate change is decreasing, according to 2010 studies by the Brookings Institution and Yale and George Mason Universities. This is despite a number of efforts—including educational web sites from NASA and NOAA—to educate the general public about climate change.

Het geloof in de broeikastheorie is dalende, terwijl er toch genoeg aan ‘educatie’ wordt gedaan, aldus het stuk van NSIDC. En Emanuel verwijt de media dat ze het publiek niet overtuigd hebben terwijl Shogren namens die media de wetenschappers hetzelfde verwijt.

Problemen zitten veel dieper
Bij al dit soort stukken heb ik sterk het gevoel dat mensen de aard en ernst van de crisis rond het klimaatdebat sterk onderschatten. Want de aangedragen oplossing is vaak ‘communiceer beter naar het publiek’ en het vertrouwen in klimaatwetenschap zal zich vanzelf herstellen. Terwijl de problemen veel dieper zitten dan op het niveau van slechte voorlichting.

Een recent blogbericht van Judith Curry maakt volgens mij veel duidelijker wat er mis gaat in het klimaatdebat. Curry onderscheid vier belangrijke categorieën in het debat:

1) Research scientist publishing papers on relevant topics

2) Individual with a graduate degree in a technical subject that has investigated the relevant topics in detail.

3) Individual spending a substantial amount of time reading popular books on the subject and hanging out in the climate blogosphere

4) Individual who gets their climate information from the mainstream media or talk radio

In categorie 1 zitten alle publicerende klimaatwetenschappers. Daaronder zitten echter ook sceptici zoals Lindzen, Spencer, Christy, Pielke sr. etc. In categorie 2 zitten bloggers als McIntyre, McKitrick, Watts, Liljegren etc. die zeer goed van de hoed en de rand weten en die op diverse onderwerpen niet overtuigd zijn van de argumenten van de mainstream in categorie 1. Dan heb je nog een heleboel mensen in categorie 3, zoals ikzelf, die meer dan gemiddeld afweten van het debat en zich een goed geïnformeerd oordeel hebben gevormd over de strijd die zich afspeelt tussen de onderzoekers in categorie 1 en 2. Dan heb je tenslotte het publiek (categorie 4) die flarden meekrijgt van deze strijd via de media.

Aanhangers van de broeikashypothese zijn heel erg gefocust op het overtuigen van categorie 4. Maar Curry denkt – en ik met haar – dat het wetenschappers zouden moeten proberen de critici uit cat. 1 en 2 te overtuigen en dat alleen dan de communicatie met het publiek (cat. 4) zal verbeteren:

What Olson, Mooney and Hooke are talking about is communicating with level 4′s. It is my hypothesis is that effective communication and engagement level 2′s and 3′s is a prerequisite to effective communication with level 4′s. Climategate was mostly about a failure to engage constructively and effectively with level 2′s and 3′s, and also skeptical level 1′s.

What are the ingredients for effective communication with level 2′s and 3′s? Here is my take, I look forward to your other suggestions:

1) public availability of data, codes, and models

2) transparency in assessment methods, particularly expert judgment of uncertainty and confidence levels

3) blogospheric engagement with level 1′s (quick note: check out the latest level 1 entry into the climate blogosphere: Isaac Held of NOAA GFDL).

So why does this matter? The level 2′s and 3′s probably number on the order 100,000 worldwide ( I would be interested in a better estimate of this number). A small percent of the global population, but nevertheless a very important group in the context of the public debate on climate change. The failure of the climate establishment to engage effectively with this group and only focusing on the level 4′s has arguably brought us Climategate and the loss of trust. Further, the level 2′s and 3′s can play a potentially important role in the auditing and evaluation of climate science and assessment reports, and in some instances can be motivated to make primary contributions to climate in the form of journal publications.

The “noise” generated by level 2′s and 3′s who are fighting to get access to key data sets, metadata, etc. and are unconvinced by the IPCC assessments is heard by the broader public. The broader public listen to the level 2′s and 3′s. Therefore, in terms of public relations, you can’t just focus on the level 4′s and bypass the level 2′s and 3′s. Chris Mooney seems to want to convert level 4′s to level 3 (not going to happen on a wholesale basis).

Most importantly, if level 1 climate scientists can’t convince the level 2′s and 3′s, then aspects of their argument are likely to be flawed, and they should actually listen to the level 2′s and 3′s to try to understand why they aren’t convinced; they might actually learn something. Yes, particularly at the level 3, there are people that are politically motivated on both sides. But it has been a huge mistake to dismiss all level 3′s as politically motivated. And it has been a fatal mistake to dismiss the level 2′s.

Vinger op de zere plek
Excuus voor het lange citaat maar ik denk dat Curry hier de vinger op de zere plek legt. Het is precies hoe ik het klimaatdebat de afgelopen zes jaar heb ervaren. Een enigszins autoritaire categorie 1 die serieuze kritiek uit categorie 2 niet serieus wil nemen en liefst af doet met platitudes als ‘hij is geen klimaatonderzoeker’ of ‘hij wordt vast betaald door de olie-industrie’. McIntyre is geen denier, hij is alleen niet overtuigd door de argumenten van categorie 1 en onderzoekers uit cat. 1 (op enkele uitzonderingen na) hebben geweigerd om met hem een serieuze dialoog aan te gaan. Dat gegeven wordt opgepikt door anderen uit categorie 1, 2 en 3 die kritiek hebben op de mainstream visie en doorgegeven aan categorie 4, het brede publiek.

Je kunt met (nog meer) voorlichting proberen het publiek aan je kant te krijgen, maar dat zal de critici uit categorie 2 niet overtuigen en zolang die niet overtuigd zijn zal de kritiek van cat. 2 het publiek ook blijven bereiken waardoor de ‘verwarring’ bij het publiek zal blijven bestaan.

Lissabon
De onlangs gehouden Lissabon-conferentie was wat dat betreft een heel interessant experiment omdat daar mensen uit cat. 1, 2 en 3 uit beide ‘kampen’ bijeen kwamen, iets wat zelden tot nooit gebeurt. Alleen ging het daar nog nauwelijks om het inhoudelijke debat. Er zou dus een tweede (en volgende) Lissabon-conferentie moeten komen waarin wel expliciet inhoudelijke kwesties (de temperatuurmetingen, de hockeystick, de klimaatmodellen, feedbacks etc.) op de agenda staan. De mainstream, denk aan de door Emanuel genoemde organisaties als de AGU, EGU en AAAS, maakt vooralsnog geen aanstalten om dat debat in gang te zetten.

De Tsjechische sceptische blogger Lubos Motl verwoordde het vorige week zo:

The main issue is that people have understood that the message is simply not true. That’s why climate alarmism is such a downer in any conversation, as they say. You can’t sell the “product” by improving the “packaging”: the problem is the product itself, not the packaging.

Ik ben het met hem eens. Het product dat het publiek op dit moment wordt overhandigd – er is een consensus dat CO2 de aarde opwarmt – is domweg niet goed genoeg en je kan er mooie nieuwe papiertjes omheen wikkelen (lees: nieuwe campagnes tegenaan gooien) maar dat maakt het product niet beter en de critici in cat. 1 en 2 doorzien dat moeiteloos.

Inversteer in vertrouwen
Het AWT-artikel eindigt met de volgende zin waar voor- en tegenstanders van de broeikashypothese achter zullenstaan:

Wetenschap: investeer in vertrouwen.

Ja, maar de grote vraag is hoe? Ik geloof niet in meer klimaatvoorlichting. De klimaatwetenschappers zullen niet langer verstoppertje moeten spelen en het debat met de critici uit cat. 1 en 2 moeten aangaan. Beroepsorganisaties als de AAAS, AMS, EGU en AGU kunnen hierbij een sleutelrol spelen. Als zij het echter niet snel gaan doen, er daar lijkt het vooralsnog niet op, dan zullen anderen, zoals bijv. de politiek het doen. En dat kan voor de wetenschap een onwelgevallige uitkomst hebben, zoals recent in de VS, toen de Republikeinen in het Huis van afgevaardigden een meerderheid behaalden om de financiering voor IPCC stop te zetten.