De laatste tijd kom ik  Richard Tol wat minder vaak tegen op blogs. Academisch gezien gaat het des te beter met hem want onlangs werd hij uitgeroepen tot meest geciteerde econoom van Nederland. Dat was de aanleiding voor het FD om hem te interviewen. Hij neemt zoals gewoonlijk geen blad voor de mond:

Tol heeft in de jaren dat hij in het IPCC-circuit meedraait zicht gekregen op het functioneren van de organisatie. Zijn kritiek op het VN-klimaatpanel is niet mals. Zo schreef hij de Tweede Kamer onder meer dat het IPCC steeds meer een politiek instituut is geworden. Hij hekelt nominatie en selectie van IPCC-auteurs: volgens hem op politieke kleur in plaats van op wetenschappelijke kwaliteit. Tol is ervan overtuigd dat dat de reden is dat hij in 2003 niet werd geselecteerd. Hij werkte als hoogleraar in Hamburg. ‘Alleen mensen die dicht op de (regeringspartij, red.) Grünen zaten, kwamen erin.’

Tol is geen broeikasscepticus maar wel kritisch over het Europese klimaatbeleid:

De econoom is wars van wat hij klimaathysterie noemt maar een ontkenner van het broeikaseffect is hij zeker niet. ‘Een van mijn eerste papers toont aan dat er een relatie is tussen CO2 en de gemeten temperatuur. Sinds het begin van mijn carrière heb ik altijd met onderzoek kunnen aantonen dat er een economische rechtvaardiging is voor broeikasbeleid.’

Wel is hij kritisch over het klimaatbeleid van de EU: onnodig duur en ineffectief in zijn ogen. Zo acht Tol het haast onmogelijk en zeker onnodig duur om de uitstoot van broeikasgassen voor 2020 met 20% te verminderen ten opzichte van 1990. ‘Er is geen reden om aan te nemen dat het broeikaseffect een grote ramp is. Wél dat het een probleem is, waar over honderd jaar een oplossing voor moet worden gevonden.’

Daarna zegt hij:

Niet het emissieniveau in de EU in 2020 is nu van belang, maar het creëren van een raamwerk dat vertrouwen schept in het klimaatbeleid op de langere termijn, stelt Tol. Het streven naar consensus over opwarming van de aarde werkt volgens hem averechts: ‘Het IPCC moet gewoon zeggen: “Dit is de stand van de wetenschap. Dit weten we wel en dit weten we niet”.’

Raamwerk
Aangezien het stuk verder niet uitlegt wat voor raamwerk Tol voor ogen heeft vroeg ik hem dat vandaag per e-mail. Zijn antwoord:

Het klimaatprobleem zal worden opgelost door investeerders en uitvinders. Die denken op een tijdschaal van decennia. Het gaat erom of zij geloven dat er een serieus klimaatbeleid zal zijn in de periode 2030-2050, want dan verdienen zij hun investering terug. Als je onrealistische dingen belooft voor 2020, of met de data knoeit in 2010, dan verliezen mensen het vertrouwen in het klimaatbeleid.

De doelstelling voor 2020 moet daarom vooral geloofwaardig zijn. Een ideaal klimaatbeleid begint met een lage prijs van koolstof en laat die prijs langzaam maar gestaag en voorspelbaar oplopen. Een koolstofbelasting is geloofwaardiger dan verhandelbare emissierechten, maar als de EU vasthoudt aan de ETS dan is hervorming hard nodig.

R&D subsidies werken voor fundamenteel onderzoek. Om het klimaatbeleid op te lossen hebben we toegepast onderzoek nodig, en de overheid is daar niet goed in. Hartwell (en Lomborg) zitten er wat dat betreft helemaal naast. Een koolstofprijs schept voldoende prikkels voor het bedrijfsleven om te investeren in R&D.

In de Hartwell-paper pleitte een groep academici vorig jaar expliciet voor een koolstofbelasting. Het opgehaalde geld zou door overheden gestoken moeten worden in energie R&D. Pielke jr, een van de Hartwell-auteurs, bracht hetzelfde punt naar voren in zijn boek The Climate Fix. En ook Lomborg zit in Cool It! op dit spoor. Tol deelt de mening dat een een geleidelijk oplopende koolstofbelasting de voorkeur geniet boven bijvoorbeeld de door de EU ingevoerde emissiehandel, maar vindt dus dat niet de overheid maar het bedrijfsleven de R&D handschoen moeten oppakken.