Gisteren gaf ik een gastcollege bij de opleiding Aardwetenschappen van de VU. Het college was onderdeel van het vak Global change, dat niet alleen maar wel in belangrijke mate over klimaatverandering gaat. Vorig jaar verzorgde Wijnand Duyvendak het gastcollege, zijn boodschap zal een heel andere geweest zijn dan de mijne. De dank gaat in eerste instantie uit naar onderwijscoördinator Maarten Waterloo en hoofd van de afdeling Han Dolman omdat ze mij de gelegenheid gaven iets te vertellen over mijn boek en het klimaatdebat. Ik volgde in grote lijnen H2, H4, H5 en H8 van mijn boek.

De pakweg 100 eerstejaars studenten waren zeer geïnteresseerd en meer dan ik verwacht had (6) kochten na afloop het boek. Doel van de hele opleiding is, aldus Waterloo, dat ze kritisch leren denken. Helemaal mee eens en dat waren de studenten ook. Wel gaven ze aan dat vrijwel niemand van de docenten tot dan toe vraagtekens plaatste bij het IPCC en dat ze dat na mijn college enigszins vreemd vonden.

Het boek dat ze gebruiken bij het college is John Houghton, Global Warming, The Complete Briefing (3rd edition 2004). Na afloop kwamen er enkele studenten naar me toe die me wezen op enkele passages in het boek die ze nogal ‘gekleurd’ vonden. Zo wekt Houghton de indruk dat door de uitstoot van broeikasgassen de schade door orkanen is toegenomen. De vraag is ook of je niet een leerboek zou moeten gebruiken dat dateert van na het vierde IPCC-rapport.

Politicologie
Vlak na het college werd ik gebeld door een tweedejaars student politicologie van de UvA. Hij en medestudenten deden een project over klimaat. Hun leerboek is The Science and Politics of Global Climate Change, A Guide to the Debate van Andrew Dessler en Edward Parson. Ze vonden het boek verschrikkelijk en vroegen of ik niet langs kon komen. Zoals de student later in een e-mail schreef: “Ik weet eveneens dat er een citaat in verwerkt is, waarin letterlijk staat dat klimaatsceptici “slechterikken” zijn. Al met al is het een heel erg politiek gekleurd boek, wat tot veel frustatie onder de studenten heeft geleid en erg beperkt en eenzijdig qua inhoud is. Het boek verklaart het IPCC-rapport als de “Bijbel” voor het internationale klimaatbeleid en Al Gore als missionaris, die naar andere volken trekt om de inwoners aldaar tot zijn godsdienst te doen bekeren.”

Het kan zijn dat studenten – wellicht als gevolg van climategate en de ontdekte fouten in het IPCC-rapport – kritischer zijn gaan kijken naar het klimaatdebat en als gevolg daarvan boeken als die van Houghton en Dessler niet meer voor zoete koek slikken. Als ik een collegereeks over klimaat zou verzorgen dan zou ik één pro-IPCC boek nemen, liefst een van die dateert van na het vierde IPCC-rapport (Houghton en Dessler vallen dan af) en één sceptisch boek.

Een blik op mijn boekenkast en Amazon laat zien dat het nog niet eens zo gemakkelijk is een geschikt pro-IPCC tekstboek te vinden dat recent is en op een enigszins neutrale manier het IPCC-verhaal brengt. Storms of my Grandchildren van Hansen en Science as a contact sport van Schneider zijn heel interessant maar vallen af, want zijn teveel egodocumenten. Global warming, understanding the forecast van David Archer komt misschien nog wel het dichtst in de buurt, hoewel dit boek gericht is op voorspellen. Mijn hoop is gevestigd op het binnenkort te verschijnen Principles of Planetary Climate van Ray Pierrehumbert hoewel dit aan de pittige kant lijkt voor eerstejaars.

Aan de sceptische kant is het iets gemakkelijker. Ik zou Taken by Storm nemen van Essex en McKitrick of als je een recenter boek wilt Climate: The Counter-Consensus – A Palaeoclimatologist Speaks van Bob Carter. Nederlandse opleidingen zouden – een beetje reclame maken 🙂 – natuurlijk ook De staat van het klimaat op de literatuurlijst kunnen zetten.