In mijn eerste uitgebreide reactie op Elmar Veermans recensie op Noorderlicht schreef ik dat de negen stukken een vreemde compilatie vormen en vol staan met onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Om een beter beeld te krijgen van het geheel, heb ik alle teksten naar een Word-document gekopieerd. Vervolgens ben ik met drie kleuren fragmenten gaan arceren: groen voor stukken waarin hij positief is over het boek en/of de auteurs; rood voor kritiek en blauw voor passages waarin Veerman het boek verkeerd interpreteert, of kritiek heeft op zaken die er niet in staan maar die er in zijn ogen wel in hadden moeten staan. Sommige blauwe passages vallen in de categorie stropopredenering.

Het onderscheid tussen rood en blauw is dikwijls moeilijk te maken. Maar goed, een artikel analyseren is ook geen exacte wetenschap. Het heeft mij in ieder geval geholpen om een beter beeld te krijgen van zaken die Veerman als terecht/positief ervaren heeft en waarop zijn voornaamste kritiek zich richt.

Ik heb geleerd altijd met positieve feedback te beginnen, dus heb ik voor dit blogbericht eerst alle groene teksten per hoofdstuk gekopieerd. In totaal ging het om zo’n 1000 woorden (op een totaal van 8000), dus in 1/8 van zijn recensie is Veerman positief over het boek en/of vindt hij punten uit het boek terecht. Soms staat in een ‘groen’ stuk een rode of blauwe passage, die zijn hieronder dan ook expliet rood en blauw gemaakt.

[Hoofdartikel]
Geen journalist in Nederland heeft zich meer in klimaatwetenschap verdiept dan Marcel Crok.

Toch is zijn werk niet de zoveelste tirade van iemand die het probleem botweg ontkent. Hij plaatst wel degelijk zinnige kanttekeningen bij de klimaatwetenschap in het algemeen en het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC, in het bijzonder.
Want laten we wel wezen: er zit hier en daar een vlekje aan de klimaatwetenschap. De afgelopen tien jaar is de aarde nauwelijks warmer geworden, en dat had het IPCC niet voorzien. De reactie van IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri op ‘gletsjergate’ was stuitend. Uit gehackte e-mails (‘climategate’) bleek dat informatie delen niet het sterkste punt is van de klimaatonderzoekers in kwestie. Onzekerheid over terugkoppelingen in het klimaat worden soms gebagatelliseerd. En zo is er meer.

Wat Crok goed duidelijk maakt, is dat de klimaatdiscussie niet gaat over het directe opwarmende effect van CO2, maar vooral over de mechanismen die deze opwarming versterken of afzwakken. Daarover bestaat nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid, die uiteraard invloed heeft op de voorspellingen. Toch is de onduidelijkheid minder groot dan hij vertelt. Zie mijn bespreking van hoofdstuk 4.

Over de gevolgen voor de landbouw is het waarschijnlijk wel te pessimistisch, zie de bespreking van hoofdstuk 6.

Geen rationele afweging met een koele blik, wel een vlot geschreven betoog.

Het siert Veerman dat hij mij meteen in regel 1 van zijn lange recensie krediet geeft voor het feit dat ik me al zes jaar lang vrijwel dagelijks bezig houd met het klimaatdebat. Hij vindt het boek ook een vlot geschreven betoog dat bovendien zinnige kanttekeningen plaatst. De aarde warmt al tien jaar niet op, het IPCC heeft fouten gemaakt en Pachauri reageert nogal onprofessioneel.

[H2]
Het zeewater is belangrijk, en daar zijn fouten mee gemaakt.

Dit was het enige positieve dat ik in H2 kon ontdekken. Het is een vreemd punt omdat Veerman helemaal niet uitlegt wat voor fouten er dan zijn gemaakt en wat de implicaties zijn. Op blz. 56-58 ga ik in op de zeemetingen. Ik wijs vooral op een problematische correctie van Folland en Parker. Ruwe data worden 4/10 graad opgewaardeerd tot 1941 en daarna plots niet meer. De vraag is nu in hoeverre de afname van de mondiale temperatuur na 1940 iets te maken heeft met deze tamelijk arbitraire correctie. We komen niet te weten wat Veerman van deze kwestie vindt.

[H3]
Hij [Michael Mann] was en is niet bepaald toeschietelijk als hij wordt bekritiseerd, en Crok ergert zich daar terecht aan. Ook lijkt het er op dat verdedigers van de grafiek een streepje voor hadden bij het IPCC, terwijl kritiek er te gemakkelijk werd weggewuifd. Dat is allemaal niet zo mooi.

Hier doelt Veerman waarschijnlijk op de kritiek van Wahl en Ammann die achter het officiële reviewproces om het vierde IPCC-rapport in gesluisd werd. De kritiek die werd weggewuifd kwam uiteraard van McIntyre en McKitrick.

[H4]
Als het verkoelende effect van luchtvervuiling en/of veranderingen in landgebruik kleiner blijkt te zijn dan gedacht – en daar zijn aanwijzingen voor – dan is ook het opwarmende effect van de broeikasgassen overschat. Dat Crok zich daarover opwindt, is terecht. De laatste jaren lijkt het erop dat roet meer opwarming veroorzaakt dan verwacht, en aerosolen minder afkoeling. Beide effecten laten minder ruimte voor opwarming door broeikasgassen. Misschien was het IPCC in 2007 dus te pessimistisch. Het is alleen niet eerlijk om daar verontwaardigd over te doen, want deze onderzoeksresultaten dateren van na 2007.

Dit is een van de belangrijkste argumenten van het hele boek en ik ben dan ook blij dat Veerman dit punt erkent. De laatste zin is in blauw omdat uit mijn boek overduidelijk blijkt dat de studies van na AR4 zijn en ik IPCC dus niet verwijt dat deze argumenten nog niet in AR4 stonden. Wel vind ik dat het IPCC in AR4 veel duidelijker had moeten maken welke cruciale rol aerosolen in de bewijsvoering spelen. Modellen krijgen de opwarming tussen 1970 en 2000 namelijk alleen goed door aerosolen te gebruiken als een instelbare knop.

[H5]
Het is geen geheim dat ook andere klimaatwetenschappers op zoek zijn naar verklaringen voor de afvlakkende temperatuurcurve van de afgelopen tien jaar.

Een van de interessantste theorieën wijst naar de zee. Er lijken cycli van tientallen jaren zijn, die zorgen voor periodieke wereldwijde opwarming en afkoeling: de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO) en de Pacific Decadal Oscillation (PDO). Het zou kunnen dat die cycli (deels) hebben gezorgd voor stagnatie van de opwarming tussen 1940 en 1970, en versnelde opwarming in de dertig jaar daarna. In de oceanen zit ruim duizend keer meer warmte opgeslagen dan in de atmosfeer, dus het ligt voor de hand dat een kleine verandering in het water grote gevolgen kan hebben in de lucht.
Als de oceaancycli de afgelopen eeuw voor klimaatschommelingen hebben gezorgd, en dat is misschien wel het belangrijkste punt van het hele boek, dan wordt de invloed van broeikasgassen waarschijnlijk overschat. Je moet dan namelijk niet kijken naar de opwarming sinds 1970, maar sinds 1940. En dan kom je uit op zo’n 0,6 graden in 70 jaar, dus minder dan 0,1 graad per decennium. Zou dit in hetzelfde tempo doorgaan, dan ziet de toekomst er beter uit dan in de meest optimistische voorspellingen van het IPCC.

Aan het eind van het hoofdstuk roert Crok nog een belangrijke kwestie aan: regionale klimaatverandering voorspellen is nog moeilijker dan globale, en klimaatmodellen geven dus geen keiharde voorspellingen. Dat klopt, maar het gaat ver om ze dan maar helemaal te negeren, zoals hij bepleit.

Veerman erkent dat oceanen waarschijnlijk een grotere rol spelen dan het IPCC tot dusver dacht. De redenering dat je dan zou moeten kijken naar de opwarming sinds 1940 is van Veerman en staat niet in het boek. Gezien de eerder genoemde problemen met de zeemetingen en de invloed van het Urban Heat Island-effect op de landmetingen ben ik niet zo zeker van die 0,6 die hij noemt. Ik vermoed dat het nog behoorlijk wat lager kan zijn en dat het effect van broeikasgassen dus nog milder is.

[H6]
Voor één fout maak ik een uitzondering, namelijk de kwestie over schade door rampen. Crok stelt terecht aan de kaak dat het IPCC-rapport beweerde dat die schade sterker was toegenomen dan verwacht mocht worden op grond van economische ontwikkeling, terwijl dat niet klopt. Of dat een staaltje bewuste bangmakerij is, kan hij niet hardmaken, maar het lijkt er sterk op.

Dat er fouten zijn gemaakt bij het IPCC, staat als een paal boven water.

IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri zit in ieder geval nog steeds op zijn plek, en je hoeft geen klimaatscepticus te zijn om dat jammer te vinden.

Is malaria aan het oprukken doordat de wereld warmer is geworden? Het IPCC heeft dat herhaaldelijk beweerd, en Zeilmaker stelt terecht dat dit erg discutabel is. Feitelijk is er meer bewijs voor andere oorzaken, zoals bevolkingsgroei in malariagebieden.

Hij wijst erop dat dieren zowel hun gedrag als hun verblijfplaats kunnen aanpassen, en daarmee de gevolgen van klimaatverandering kunnen opvangen. Inderdaad houden onderzoekers daar vaak geen rekening mee.

Al met al kun je stellen dat het voorbarig is om klimaatverandering voor te stellen als bedreiging nummer één voor de biodiversiteit.

Een zegen voor de landbouw?
Voor de landbouw is extra groei en meer droogtebestendigheid uiteraard wel een zegen. Hij heeft gelijk dat het IPCC erg pessimistisch is bij het inschatten van de toekomst van de boeren in de wereld. Lokale droogte kan problematisch zijn, maar is moeilijk te voorspellen. Het positieve effect van CO2 is een stuk robuuster.
En hoe zit het met de verzuring van de oceanen door het oplossen van extra CO2? Daarover komen veel doemverhalen de wereld in, maar de laatste tijd ook relativeringen. Sommige soorten algen en dieren met een kalkskelet blijken er goed tegen te kunnen.

Hij heeft wel een punt wanneer hij stelt dat het zeeleven tijd krijgt om zich aan te passen aan verzuring, en er dus minder last van zal hebben dan bij plotselinge blootstelling in een laboratorium.

Mooi dat Veerman erkent dat het IPCC de mist in ging bij schade door rampen. Dit is een van de ergste fouten die het IPCC heeft gemaakt, vooral omdat de fout zo schaamteloos wordt gebruikt door hulporganisaties bij hun fondsenwerving. Gisteren nog kreeg mijn vrouw haar bij Oxfam Novib bestelde agenda binnen met daarbij gratis en voor niks een zandlopertje. Die zandloper moet je ophangen in de douche en zal ervoor moeten zorgen dat we korter douchen, want, aldus de begeleidende tekst, broeikasgassen leiden tot meer rampen in de derde wereld. Ook de Hivos-campagne is hierop gebaseerd.

Veermans toevoeging “Of dat een staaltje bewuste bangmakerij is, kan hij niet hardmaken, maar het lijkt er sterk op.” is dan weer heel vreemd. De zin suggereert dat ik het bewuste bangmakerij heb genoemd, wat niet zo is. Ik leg op pag. 181-185 stap voor stap uit hoe de fout in het IPCC-rapport terecht is gekomen en dat het IPCC weigert te erkennen dat het flink de mist in is gegaan bij dit onderwerp. Dat het IPCC hier de relatie tussen broeikasgassen en rampen overdrijft is een feit. Of dat ‘bewuste bangmakerij’ is doet wat mij betreft niet zo ter zake. Het is een cruciale kwestie en het is een van de voorbeelden in het boek waarmee ik mijn stelling onderbouw dat het IPCC blijkbaar koste wat kost wil aantonen dat de broeikasgassen de schuldige zijn.

[H7]
‘Dit boek laat zien dat de hoofdconclusies voor het IPCC alleen overeind blijven staan door veel gepubliceerde kritiek te negeren of te bagatelliseren’, schrijft Marcel Crok in het voorlaatste hoofdstuk van zijn boek ‘De staat van het klimaat’. Dat is maar zeer ten dele waar. Wat niet wegneemt dat het internationale klimaatpanel steken heeft laten vallen.

Hij heeft gelijk dat de werkwijze van het klimaatpanel eerlijker en transparanter moet worden, met minder macht voor een kleine groep mensen aan de top. Daarin staat hij niet alleen, maar hij was wel één van de eerste journalisten in Nederland die daarop hamerden.

Dit is een belangrijke erkenning omdat het een van de hoofdconclusies van het boek vormt: het IPCC-proces heeft gefaald en zonder dit woord te gebruiken lijkt Veerman daar toch een heel eind in mee te gaan. Hoewel de rest van zijn bespreking van H7 verder louter uit kritiek bestaat.

[H8]
Voor hij aan die vraag toekomt wil Crok eerst even uitleggen waarom hij het Kyoto-protocol een mislukking vindt, een aanpak die ‘totaal ongeschikt is om CO2-emissies naar beneden te krijgen’. Ideaal is het inderdaad niet, wat onderstreept wordt door omvangrijke fraude met emissierechten en de onbevredigend afgehandelde zaak van Chinese fabrieken die broeikasgassen produceerden om vervolgens te verdienen aan hun vernietiging.

Dit is slechts de enige enigszins positieve passage uit H8. Veermans visie op klimaatbeleid is, niet verrassend, heel anders dan mijn visie en dat levert kritiek en verwijten op waarover meer in een later blog.

Balans
In de intro van zijn hoofdartikel schreef Veerman:

Gevestigde klimaatonderzoekers krijgen er flink van langs in ‘De staat van het klimaat’ van Marcel Crok. Deels is dat terecht. Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.

Hoe kunnen we zijn ‘deels is dat terecht’ samenvatten? Ja, het IPCC heeft steken laten vallen, Pachauri’s gedrag is stuitend, Mann is niet toeschietelijk genoeg naar critici, onderzoekers moeten transparanter zijn over hun data, de oceanen spelen waarschijnlijk een belangrijkere rol, de afkoelende werking van aerosolen is waarschijnlijk kleiner, IPCC ging de mist in bij schade door rampen, overdreef de gevolgen voor de landbouw en biodiversiteit, het panel moet eerlijker en transparanter worden.

Als Veerman al deze kritiekpunten op het IPCC in één artikel gezet zou hebben, dan zou het lezen als stevige kritiek op het IPCC. Maar dat deed hij niet. De passages stonden verspreid in negen stukken en te midden van veel meer passages die rood en blauw gekleurd zijn. De kritiek die hij dus wel degelijk heeft op het IPCC wordt hierdoor sterk verdund, dat wil zeggen de kritiek valt minder op.

Volgende keer: rood. Hier nogmaals het bestand met daarin de drie kleuren aangebracht.