Ik heb de afgelopen dagen de recensie van Elmar Veerman van Noorderlicht een aantal maal gelezen en op me in laten werken. Ik weet nog steeds niet zo goed wat ik ervan moet denken. Het is een vreemde compilatie geworden van een feitelijke beschrijving van het boek, Veermans mening over conclusies die ik trek, zaken die ik niet behandeld heb maar die ik van Veerman wel had moeten behandelen, Veermans eigen visie op klimaat- en klimaatbeleid. Zo ontstaat een jungle waarin ik als auteur van het boek al nauwelijks meer wegwijs kan worden, laat staan de gemiddelde lezer van de negen stukken.

Rode draad
Doorgaans ontdek je vrij snel in een stuk een rode draad waarop je dan vervolgens kunt reageren. Hier is dat echter niet het geval. De stukken zelf bevatten ook tegenstrijdigheden. Om te beginnen met de kop van het hoofdartikel. Die luidt: Klimaatboek kraakt IPCC, een ‘koele blik’ door een sterk gekleurde bril.  Het eerste deel ‘klimaatboek kraakt IPCC’ is een goede samenvatting van mijn boek, dat inderdaad veel en ernstige kritiek bevat op het rapport van Werkgroep 1 van het laatste IPCC-rapport. Maar de kop behoort de strekking te geven van het artikel. De strekking van Veermans stukken is niet dat mijn klimaatboek het IPCC kraakt, maar veel meer dat mijn boek niet de rationele afweging is die het pretendeert te zijn, iets wat hij met de ondertitel wel probeert uit te drukken.

De kop dekt de lading dus niet en zet de lezer al meteen op het verkeerde been. Want wie uitgelegd verwacht te krijgen hoe mijn boek het IPCC kraakt komt bedrogen uit. Het is Veermans bedoeling niet geweest om tenminste goed duidelijk te maken wat de kern van mijn boek is (iets wat je toch als een minimale vereiste van een recensie zou mogen beschouwen) maar eerder om zoveel mogelijk voorbeelden op te sommen van zaken die volgens hem onjuist zijn of waar hij het niet mee eens is.

Valt niet op/valt meteen op
De tweede tegenstrijdigheid treffen we al meteen in het begin van het hoofdartikel aan. In de intro schrijft Veerman ‘Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.’ Dat suggereert dat ik nogal subtiel of doortrapt te werk ben gegaan. Het zal volgens Veerman veel lezers ontgaan dat mijn geclaimde koele blik in werkelijkheid helemaal niet koel is. Twee alinea’s verderop schrijft hij echter: ‘Helaas wordt al vroeg in het eerste hoofdstuk duidelijk dat hij daar [met een koele blik kijken] niet in is geslaagd.’ Huh, hoe kan het eerst ‘niet meteen opvallen dat ik geen koele blik hanteer’ en vervolgens juist al vroeg in het eerste hoofdstuk duidelijk worden dat ik daar niet in geslaagd ben.

De lezer was aanzienlijk geholpen geweest als Veerman in een vroeg stadium duidelijk had gemaakt wat de bedoeling was van zijn negen stukken: proberen zoveel mogelijk gaten te schieten in het betoog. Dat zoiets zou gebeuren na de publicatie op mijn boek was ingecalculeerd. Het was echter veel duidelijker geweest als Veerman zijn kritiek dan ook puntsgewijs geformuleerd had. Nu loopt alles door elkaar heen. Soms is een zin van mij volgens Veerman feitelijk onjuist, dan verwijt hij me een claim niet te onderbouwen, dan weer begint hij uitgebreid te vertellen wat hij zelf nou interessant onderzoek vindt enzovoorts.

Aanpak
Om te kijken of er enigszins een rode draad in het betoog te bespeuren valt heb ik alle negen stukken (hoofdartikel + acht artikelen voor de acht hoofdstukken) gekopieerd naar een Word-bestand. Dat leverde een bestand op van maar liefst 8000 woorden! Dat is ongeveer tien procent van de omvang van mijn boek. Wow, dat is geen half werk. Toch jammer dat Veerman in die 8000 woorden niet weet uit te leggen wat mijn aanpak was en op basis waarvan ik het IPCC nu eigenlijk kraak. Terwijl die aanpak zo duidelijk omschreven staat op blz. 34:

De aanpak in het boek is rechttoe, rechtaan. Bij ieder onderwerp kijken we of er kritiek was op ‘de consensus’ en zo ja, of die kritiek hout sneed en hoe het IPCC met die kritiek omging in vooral het vierde IPCC-rapport. Omdat het laatste IPCC-rapport verwijst naar wetenschappelijke literatuur uit 2005 en eerder, zullen we dikwijls ook literatuur bespreken die na 2005 verschenen is. Uiteraard kunnen we pas in 2014 weten hoe het IPCC deze na 2005 verschenen literatuur beoordeelt.
Deze aanpak volgend laat ik onderwerp na onderwerp zien dat er inderdaad een heleboel valide kritiek is op de consensus, ook in de peer reviewed literatuur, en dat het IPCC deze kritiek vaak negeerde of bagatelliseerde. Misschien wel het sterkste voorbeeld daarvan is hoe het IPCC met de kritiek van Michaels/McKitrick en De Laat/Maurellis op de temperatuurmetingen omging (zie blz. 69-73). Veerman noemt deze episode niet en het blijft totaal onduidelijk of hij een van mijn belangrijkste kritiekpunten, dat IPCC selectief citeert uit de literatuur, nu wel of niet ondersteunt.
De slotalinea van zijn hoofdartikel luidt als volgt:

‘De staat van het klimaat’ is vooral een boek dat verkent hoe het er met het klimaat voor zou kúnnen staan als je steeds de meest rooskleurige interpretaties kiest van wat er allemaal bekend is, en bovendien allerlei belangrijke feiten negeert. Geen rationele afweging met een koele blik, wel een vlot geschreven betoog. Al is het soms wel storend dat Crok pagina’s lang steeds dezelfde klimaatsceptici napraat, alsof die de waarheid in pacht hebben.

Hier zou je zijn ‘de meest rooskleurige interpretaties’ kunnen beschouwen als een vertaling van mijn ‘valide kritiek op de consensus’ en dan klopt het ongeveer met wat mijn aanpak was. Welke belangrijke feiten ik genegeerd heb wordt in het hoofdartikel niet duidelijk.

Uit het vervolg van zijn betoog blijkt dat Veerman graag had gezien dat ik ook kritiek op het IPCC had meegenomen die stelt dat het IPCC juist te conservatief is geweest. Het is waar dat ik dat niet gedaan heb en dat is inderdaad in strijd met mijn geclaimde aanpak. Ik had dus nog iets preciezer moeten zijn en moeten uitleggen dat ik die kritische literatuur geanalyseerd heb die suggereert dat het broeikasprobleem mogelijk kleiner is dan de consensus van het IPCC ons voorspiegelt. Maar in ieder geval lijken Veerman en ik het op dit punt toch een beetje eens, IPCC is niet comprehensive geweest (wat het wel pretendeert te zijn) en heeft bepaalde literatuur naast zich neer gelegd. Die vrijheid heeft het IPCC overigens en dan komen we op de belangrijke discussie over de rol die het IPCC speelt dan wel zou moeten spelen: die van gatekeeper of die van honest broker.

Deze analyse dreigt ook al helemaal uit de klauwen te lopen. Ik stop daarom hier met de eerste conclusies dat Veermans stuk diverse tegenstrijdigheden bevat en helaas ondanks de enorme lengte niet tot de kern van mijn boek weet door te dringen. Onduidelijk is welke kritiek uit het boek hij nou terecht vindt, wat opmerkelijk is want in de intro schrijft hij:

Gevestigde klimaatonderzoekers krijgen er flink van langs in ‘De staat van het klimaat’ van Marcel Crok. Deels is dat terecht. Dat zijn betoog niet de koele, rationele afweging is die hij zegt te maken, valt niet meteen op.

In een volgend bericht zal ik nader onderzoeken welke kritiek Veerman terecht vindt. Dat blijkt nog een hele puzzel te zijn en levert ook niet een coherent beeld op.