Als dank ontving ik uit handen van Hein Haak een KNMI-thermometer waarmee ik beloofde het Urban Heat Island-effect te gaan meten.

Sinds de publicatie van mijn boek heb ik twee presentaties gegeven bij instituten die in belangrijke mate betrokken zijn bij het IPCC. De eerste was op 2 december bij het Planbureau voor de Leefomgeving in Bilthoven. Deze bijeenkomst liep bijna in het honderd door het barre winterweer. We (co-auteur Rypke Zeilmaker was ook mee) kwamen een kwartier te laat aan en mijn verhaal moest mede daardoor wel erg afgeraffeld worden.

Desalniettemin was de bijeenkomst in zeker zin een succes. De opkomst was bijzonder groot en vanuit de zaal klonk een soort ‘we want more’. Een medewerker vroeg letterlijk waarom het allemaal zo kort moest terwijl dit onderwerp toch ‘extreem belangrijk voor ons is’. Dus wie weet komt er in 2011 een vervolg.

Hol van de leeuw
De eerste bijeenkomst voelde al enigszins als ‘in het hol van de leeuw’, de tweede, bij het KNMI, echter nog veel meer. Hier zitten immers de klimaatonderzoekers die betrokken zijn bij Werkgroep 1 van het IPCC (terwijl de mensen van het PBL meer bij WG2 en WG3 betrokken zijn). De extra moeilijkheid van het KNMI-colloquium was dat de voertaal Engels was. Nu is mijn Engels niet slecht, maar gezien de gevoeligheid van de materie gaat het vaak om nuances en die vind je veel gemakkelijker in je eigen taal dan in je tweede taal. Ik ben dan ook gematigd tevreden over de uitvoering van mijn praatje en realiseer me dat ik nog veel zal moeten oefenen voordat ik Al Gore kan evenaren 🙂

Qua opkomst was ook dit colloquium echter een succes. Ik heb het zelden zo vol gezien in de Buys Ballotzaal van het KNMI. Blijkbaar wilden vele KNMI’ers – na alle media-aandacht die het boek gekregen had – wel eens zien wie die journalist nou eigenlijk was. Mijn eerste vraag was wie het boek gelezen had. Opvallend weinig vingers omhoog. Ik vroeg ook wie er Climate Audit leest, en WUWT en Real Climate. Ook bijzonder weinig vingers omhoog, zelfs bij Real Climate. Men lijkt dus vooral hard aan het werk te zijn met het bedrijven van wetenschap en laat de blogosfeer voor wat het is. Tegelijkertijd zijn veel klimaatonderzoekers wel ontstemd over het negatieve beeld dat in de media is ontstaan over het IPCC en het klimaatonderzoek in het algemeen. In mijn verhaal probeerde ik daarom duidelijk te maken dat je zonder de blogosfeer te bestuderen niet goed kunt begrijpen waar climategate vandaan komt en waarom het zo’n impact heeft.

De sfeer gedurende de bijeenkomst was constructief. Researchdirecteur Hein Haak was bijzonder vriendelijk. Hij vond het vooral goed dat nu op schrift staat wat sceptici op het broeikasverhaal aan te merken hebben. Ik beloofde mijn verhaal en PP-presentatie online te zetten. Het verhaal is hier. In de tekst wordt verwezen naar de slides uit de PP-presentatie.