Vlak nadat De staat van het klimaat gepresenteerd werd in Nieuwspoort stelde kamerlid Richard de Mos van de PVV kamervragen. Hij deed dat op basis van een artikel in De Telegraaf. Vandaag zijn de vragen beantwoord door staatssecretaris Joop Atsma:

Datum 23 december 2010
Betreft Beantwoording vragen van het lid De Mos (PVV) over het boek “De Staat van het Klimaat” (ingediend 17 november 2010, nr. 2010Z16947)

Geachte Voorzitter, In reactie op vragen van het lid De Mos (PVV) over de presentatie van het boek ‘De staat van het klimaat’ (nr. 2010Z16947), ingezonden 17 november 2010, geef ik hierbij de volgende antwoorden.

1 Bent u bekend met de berichtgeving rond het boek ‘De staat van het klimaat’? Ja.

2 Deelt u de conclusies van de auteur (zoals geformuleerd in de Telegraaf) dat ‘vriendjespolitiek, drammerij en misleiding’ het internationale klimaatonderzoek verzieken? Nee. Ik ben van mening dat bij de evaluatie van de resultaten van het internationale klimaatonderzoek alle wetenschappelijk onderbouwde inzichten moeten worden meegewogen. Daarom verleent Nederland krachtige steun aan het herzieningsproces van het VN-klimaatpanel (IPCC), met het oogmerk geen twijfel te laten bestaan over de kwaliteit en evenwichtigheid van de rapporten, waarin het gehele spectrum aan wetenschappelijke opvattingen aan bod komt. Inmiddels heb ik mij door de heer Crok laten informeren en met belangstelling kennis genomen van zijn opvattingen. Ik ben voornemens in een vervolggesprek door te praten over de ideeën van de heer Crok met betrekking tot het goed en integer functioneren van de klimaatwetenschap in het algemeen en van het IPCC in het bijzonder.

3 Wat vindt u van stelling dat de mythe dat alle wetenschappers het eens zijn over aardse opwarming, alleen vol te houden is door het werk van klimaatsceptici stelselmatig te weigeren voor een nieuw rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)? Wilt u onderzoeken of deze stelling waar is? Zie de beantwoording van vraag 2.

4 Wilt u bij het IPCC nagaan of het publicaties over de invloed van zonneactiviteit, luchtvervuiling of veranderend landgebruik heeft meegenomen in het klimaatonderzoek? Zo neen, waarom niet? In het Vierde Assessmentrapport zijn publicaties over de genoemde onderwerpen inderdaad meegenomen.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
Joop Atsma

Drammerij
De indruk kan ontstaan dat ik de woorden ‘vriendjespolitiek, drammerij en misleiding’ in de mond zou hebben genomen. Dat is niet het geval. Het zijn de conclusies die Edwin Timmer van De Telegraaf trok (of de eindredacteur die de kop en de intro bij het stuk schreef, wat bij kranten vaak iemand anders is dan de auteur van het stuk) na mijn boek gelezen te hebben. Het Telegraaf-stuk verwoordt verder overigens prima wat ik in het boek schrijf.

Het antwoord op de nogal agressieve vraag 2 is interessant maar ook merkwaardig en tegenstrijdig. De vraag is of het internationale klimaatonderzoek verziekt is? In het antwoord schrijft staatssecretaris Atsma:

Nee. Ik ben van mening dat bij de evaluatie van de resultaten van het internationale klimaatonderzoek alle wetenschappelijk onderbouwde inzichten moeten worden meegewogen. Daarom verleent Nederland krachtige steun aan het herzieningsproces van het VN-klimaatpanel (IPCC), met het oogmerk geen twijfel te laten bestaan over de kwaliteit en evenwichtigheid van de rapporten, waarin het gehele spectrum aan wetenschappelijke opvattingen aan bod komt.

Het antwoord ‘nee’ conflicteert met de uitleg die volgt. Dat alle ‘inzichten moeten worden meegewogen’ suggereert dat het nu niet gebeurt (iets wat ik inderdaad in het boek laat zien). Of je dat zou willen betitelen als verziekt is een tweede, maar het is blijkbaar niet gewenst, erkent ook Atsma. Zijn ministerie verleent dan ook krachtige steun aan het herzieningsproces van het IPCC. Waarom zou er een herzieningsproces nodig zijn als alles vlekkeloos verloopt? Het proces verloopt blijkbaar niet vlekkeloos, of dat hetzelfde is als ‘verziekt’ is wederom een tweede.

Laten we de ‘nee’ van Atsma eens vervangen door een ‘ja’. Er staat dan dit:

2 Deelt u de conclusies van de auteur (zoals geformuleerd in de Telegraaf) dat ‘vriendjespolitiek, drammerij en misleiding’ het internationale klimaatonderzoek verzieken? Ja. Ik ben van mening dat bij de evaluatie van de resultaten van het internationale klimaatonderzoek alle wetenschappelijk onderbouwde inzichten moeten worden meegewogen. Daarom verleent Nederland krachtige steun aan het herzieningsproces van het VN-klimaatpanel (IPCC), met het oogmerk geen twijfel te laten bestaan over de kwaliteit en evenwichtigheid van de rapporten, waarin het gehele spectrum aan wetenschappelijke opvattingen aan bod komt. Inmiddels heb ik mij door de heer Crok laten informeren en met belangstelling kennis genomen van zijn opvattingen. Ik ben voornemens in een vervolggesprek door te praten over de ideeën van de heer Crok met betrekking tot het goed en integer functioneren van de klimaatwetenschap in het algemeen en van het IPCC in het bijzonder.

Kijk, het antwoord heeft nu flink aan logica gewonnen.

Kat- en muisspel
Ik heb eerder opgemerkt dat De Mos iets beter over zijn kamervragen zou moeten nadenken alvorens het zoveelste kat- en muisspel met het ministerie aan te gaan. In ons persbericht schreven we dat het IPCC-proces gefaald heeft en in het boek laat ik zien dat de pretenties van het IPCC om een comprehensive, objective, open and transparant report te schrijven niet worden waargemaakt. Dat had een interessantere kamervraag kunnen opleveren: deelt u de mening dat het IPCC-proces gefaald heeft omdat het IPCC de eigen pretenties om op een allesomvattende, objectieve, open en transparante wijze de wetenschap te beoordelen niet heeft waargemaakt?

Vervolg
Sommigen van de lezers hier weten dat ik inderdaad een gesprek met Atsma heb gehad. Dat was een uitermate plezierig gesprek, dat overigens grotendeels bestond uit kennismaking (zo vertelde Atsma uitgebreid over zijn eigen verleden als journalist bij de noordelijke dagbladen en zijn actieve rol als sportbestuurder). Tijdens dat gesprek kwam een vervolggesprek ter sprake maar ik heb sindsdien niets meer vernomen. Het is grappig dat de bevestiging van zo’n vervolggesprek nu komt in de vorm van een antwoord op kamervragen.