Na de ‘verbeten campagnetoon-recensie‘ van Karel Knip lijken recensenten opeens massaal te struikelen over de ‘toonzetting’ van De staat van het klimaat. Het Wageningse universiteitsblad Resource vroeg klimaatonderzoeker Pavel Kabat om een reactie. Het stuk begon heel positief maar na de complimenten volgt de kritiek en het gaat daarbij vooral om de toon:

Wetenschapsjournalist Marcel Crok heeft twee jaar voor- en tegenstanders in het klimaatdebat geïnterviewd. In zijn boek De Staat van het Klimaat bekritiseert hij de klimaatwetenschap en het IPCC. Inhoudelijk een sterk boek, vindt hoogleraar Aardsysteemkunde Pavel Kabat. Alleen jammer van die grimmige toon.
‘Ik begin met het uitspreken van mijn waardering. Het boek is een sterk staaltje wetenschapsjournalistiek. Om het klimaatdebat te snappen, moet je van goeden huize komen. De eerste helft krijgt van mij een acht, maar het tweede deel is nauwelijks een voldoende. Jammer dat hij zich daar laat verleiden tot een verbeten toon. Een feitelijke opsomming en analyse was overtuigender geweest. Het is nu op onderdelen bijna een campagne.’

Kabat werd geïnterviewd een paar dagen na de recensie van Knip in NRC, weet ik via de interviewer, hoofdredacteur Gaby van Caulil van Resource. Knip schreef:

’t Heeft Crok niet losgelaten en met een aantal enthousiaste kornuiten voert hij sindsdien permanent campagne tegen de broeikaslobby. En het is die verbeten campagnetoon die het boek zo onprettig maakt.
In een andere toonzetting was het een mooi overzicht geweest van de zwakten in de geaccepteerde broeikastheorie en de onaangename machtsuitoefening van sommige IPCC-hotemetoten.

Kan het toeval zijn dat binnen een paar dagen na elkaar Knip en Kabat dezelfde termen gebruiken? Verbeten, toon, campagne.

Delta en C2W
Daarna is het de beurt aan het Delfts universiteitsblad Delta. De recensie van collega wetenschapsjournalist Christian Jongeneel is accuraat en wederom best positief. Zo schrijft hij: Zijn boek, ‘De staat van het klimaat’, is dan ook een doorwrocht betoog over methodologische fouten in de IPCC-rapporten. Aan het eind volgt er echter toch een negatieve draai:

Al met al is ‘De staat van het klimaat’ een oerdegelijke weergave van de klimaatsceptische argumenten, maar de boosheid spat her en der zo van de pagina’s dat de overtuigingskracht buiten de eigen parochie beperkt zal zijn.

Dit keer is het dus niet de verbeten campagnetoon maar de boosheid die van de pagina’s spat. Als klap op de vuurpijl verscheen er deze week ook een recensie in C2W (het vakblad van de chemici, waar ik zelf jarenlang lid van ben geweest en waar mijn eigen journalistieke loopbaan is begonnen). Ook hier weer een positief begin:

Nu, 5 jaar later, is er zijn magnum opus De staat van het klimaat, waarin hij de hele klimaatdiscussie vakkundig fileert.

En op twee derde schrijft auteur Arjen Dijkgraaf: ‘Tot zover is het een heel geloofwaardig boek.’ Maar dan komt het:

Maar de manier waarop Crok op basis van getuigenissen van een handvol kritische bloggers het complete IPCC afserveert als een corrupte bende, mag je gerust een uiterst onwetenschappelijk staaltje van karaktermoord noemen.

En of dat nog niet genoeg is gaat Dijkgraaf verder:

Nog erger is de populistische toon waarop Crok zijn pleidooi voor een meer wetenschappelijke klimaatdiscussie verwoordt. (…) intussen is het boek koren op de molen van Henk- en-Ingridachtige types die vinden dat klimaat een linkse hobby is en dat het recht op gasgeven thuis hoort in de Grondwet.

Pretentieus
Dus na verbeten campagnetoon, verbeten toon, grimmige toon, boosheid die van de pagina’s spat hebben we nu ook de populistische toon. Ik herken mezelf niet in deze kwalificaties. Ik was me ervan bewust dat de ondertitel ‘een koele blik op een verhit debat’ enigszins pretentieus is en ik heb daarom aan mijn meelezers en de eindredacteur gevraagd of ik dat volgens hen waar maak. Zij vonden van wel, maar uiteraard is dat subjectief en kunnen recensenten een andere mening hierover hebben.

Feit is dat als er tot nu toe al kritiek is op het boek, het niet verder komt dan de toonzetting. De criticasters erkennen tegelijkertijd dat het een oerdegelijk, inhoudelijk sterk, doorwrocht, kloek etc. boek is. Des te beter want uiteindelijk gaat het om de inhoud en is de rest niet meer dan verpakking. Ik vind het wel teleurstellend dat in geen van de vier bovengenoemde recensies ook maar een enkel citaat wordt aangehaald waarop ze hun kritiek over de toonzetting baseren. Nu blijft het gissen aan welke zinnen en kwalificaties de recensenten zich zo hebben gestoord.