Dit weekend staat de lang verwachte recensie van Karel Knip in NRC. Mijn verwachtingen zijn uitgekomen, het is een negatief getoonzette recensie geworden, hoewel er ook zeker positieve lichtpuntjes in zitten. Waarom verwachtte ik een negatieve recensie van de journalist, die goed ingevoerd is in de klimaatdiscussie en die behoorlijk eigengereid is? Het laatste is een pluspunt, omdat je dan minder gevoelig bent voor het consensusargument van het IPCC.

Ik lees alle stukken van Knip over klimaat dus ken zijn werk goed. Hij is geregeld kritisch over klimaatmodellen en schuwt ook niet om de discussie aan te gaan met wetenschappers over bijv. hittedoden versus koudedoden. Hij is zeker niet een journalist die mee huilt met klimaatalarmisten. Toch is er vorig jaar iets gebeurd waardoor er iets geknakt is bij Knip. Die gebeurtenis is Climategate, de duizenden e-mails van het Britse klimaatinstituut CRU die in november van 2009 op het web gezet werden. Enkele weken later kwam het IPCC onder vuur te liggen door wat Knip nu in zijn recensie noemt ‘enkele rare fouten’.

Bij Knip is er door climategate en de ‘hetze’ die op gang kwam tegen het IPCC een knop omgegaan in zijn hoofd. Hij verdedigt sindsdien met hand en tand de onderzoekers die de climategate-e-mails schreven (Phil Jones c.s.) en ook het IPCC zelf. Neem het stukje dat vorige week in NRC stond naar aanleiding van de ‘verjaardag’ van climategate. Er staat geen auteursnaam bij maar het is vrijwel zeker geschreven door Knip omdat de NRC-redactie een strikte taakverdeling hanteert (Knip doet klimaat). Aanleiding voor het stukje is een interview met Phil Jones in Nature. Een passage:

Een jaar nadat hackers Jones’ privé e-mails op internet zetten, publiceert het wetenschappelijk tijdschrift Nature een interview met de klimaatwetenschapper. De hack was het begin van een kwaadaardige campagne om klimaatwetenschappers in diskrediet te brengen. Phil Jones is daaraan bijna bezweken, zegt hij in het interview.
De twee vet gemaakte zinsnedes maken duidelijk hoe Knip erin staat. Hij schrijft dat hackers Jones’ privé e-mails op het internet hebben gezet. Vreemd, na een jaar loopt het politie-onderzoek nog steeds en is er geen enkele mededeling gedaan over wie de e-mails naar buiten heeft gebracht. Er zijn sterke aanwijzingen dat het zip-bestand in ieder geval door CRU zelf is samengesteld in verband met lopende Freedom of Information Act-verzoeken. Het is zeker niet uit te sluiten dat een klokkenluider het gedaan heeft. Dan de betiteling ‘privé’. Alle e-mails zijn verstuurd vanaf het werk e-mailadres. Hoewel niemand het leuk vindt als al zijn/haar correspondentie uitlekt kun je het moeilijk privé noemen.
Vervolgens spreekt Knip van een kwaadaardige campagne om klimaatwetenschappers in diskrediet te brengen. Nogmaals, er is geen bewijs dat de sceptici achter het uitlekken van de e-mails zitten. In de e-mails lezen we hoe invloedrijke IPCC-onderzoekers er alles aan doen om klimaatsceptici te dwarsbomen. Je kunt dat bagatelliseren, maar je kunt het klimaatsceptici niet kwalijk nemen dat ze climategate hebben gevierd als een overwinning. Niet zij, de sceptici, waren de bad guys, nee, de zogenaamde good guys waren de bad guys.

Keerpunt
In mijn boek schrijf ik dat ik verwacht dat climategate een keerpunt in het klimaatdebat zal blijken te zijn. Invloedrijke klimaatwetenschappers verloren er hun onschuld mee en dat hebben ze toch echt louter aan zichzelf te wijten. Zij schreven tenslotte zelf de e-mails waarin ze elkaar bijvoorbeeld aansporen om e-mails weg te gooien die twee dagen eerder via een FOIA-aanvraag waren opgevraagd door de Britse criticus David Holland.

Ik denk dat ik inhoudelijk grotendeels op één lijn zit met Knip over wat we wel en niet denken te weten over het klimaat. In de recensie is hij op dit punt opeens ook positief: ‘In een andere toonzetting was het een mooi overzicht geweest van de zwakten in de geaccepteerde broeikastheorie’.

Onze wegen zijn echter gescheiden bij climategate. Iedereen die climategate aangrijpt om kritiek te uiten op klimaatonderzoekers en het IPCC, zoals ik in het boek doe, vindt Knip op z’n weg. En het is eigenlijk voornamelijk de toonzetting die hem stoort, vandaar ook de kop boven het stuk en in het artikel schrijft hij: ‘En het is die verbeten campagnetoon die het boek zo onprettig maakt’.

Ik herken mezelf niet in de analyse van Knip. Ik ben in de loop der jaren eerder milder geworden over het klimaatdebat. Dat komt doordat ik beter ben gaan begrijpen op welke gronden mensen hun posities in het debat innemen. Knip daarentegen lijkt zelf steeds emotioneler in het debat te staan. Tijdens een hoorzitting eerder dit jaar in de Tweede Kamer liet hij zich het volgende ontvallen (het ging hier vooral over hoe het debat door journalisten gevoerd wordt):

De sfeer wordt zo bedorven dat zelfs ik de neiging krijg om iemand persoonlijk te lijf te gaan.

Uit zijn krantenstukken blijkt overduidelijk dat Knip sinds climategate zijn eigen ‘koele blik’ verloren heeft. Nu verwijt hij mij emotionaliteit en een campagnetoon. Het is de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet.