‘Wat gaat de Volkskrant met je boek doen’, vroegen diverse mensen mij de afgelopen maanden. Een logische en interessante vraag waar ik geen duidelijk antwoord op had.

Na mijn hockeystickverhaal in 2005 ontstond er een soort van polemiek met Martijn van Calmthout, de chef van het wetenschapskatern van de Volkskrant. Van Calmthout vond in de krant mijn hockeystickverhaal eenzijdig en schreef enkele maanden later het verhaal ‘Hockekeyteam mept terug’, toen er internationaal studies ‘verschenen’ (ze bleken bij nader inzien nog niet gepubliceerd te zijn) die de kritiek van McIntyre en McKitrick over de hockeystick aanvielen. Toen ik later dat jaar de eerste editie van de Glazen Griffioen won voor het hockeystickverhaal, was ook Volkskrant-collega Michael Persson genomineerd. ‘Onzin’, riep Van Calmthout toen mijn naam als winnaar werd uitgesproken.
Nadien is Van Calmthout zich steeds nadrukkelijker tegen sceptici geen uitspreken met als hoogtepunt/dieptepunt zijn opiniestuk ‘alle stokers de broeikas uit’, waarin hij opriep om klimaatsceptici geen podium meer te geven in kranten. Dit stuk leek vooral geïnspireerd door de vele publieke optredens van Hans Labohm, Neerlands meest actieve klimaatscepticus.
Deze geschiedenis kwam weer bovendrijven in een interview dat ik had met Michael Persson in een café in de Jordaan. Om heel eerlijk te zijn had ik van tevoren niet gedacht dat de Volkskrant een groot interview aan mijn boek zou wijden. Ik dacht wel dat ze er een recensie aan zouden wijden maar dan wellicht zouden proberen er een zo zuur mogelijke draai aan te geven. Zoals Trouw deed eerder deze week. En dat was dus leermoment nummer 1 van deze week. Vul niet teveel in wat anderen denken en doen, een advies dat mijn uitgever van Paradigma me overigens al geregeld heeft gegeven.

Leuk gesprek
Het werd een bijzonder lang (drie uur) en leuk gesprek en dus staat er dit weekend opeens een groot interview met mij in de Volkskrant, waarin Persson heel positief over het boek bericht:

Nu, vijf jaar later, komt Crok met een vervolg. Een kloek vervolg. In het boek De staat van het klimaat, zet hij zijn bevindingen uiteen van een rondgang van vijf jaar langs alles en iedereen dat er toe doet in de wereld van het klimaatonderzoek.
Om uiteindelijk tot verrassend genuanceerde conclusies te komen – al heeft hij voor het klimaatpanel IPCC geen goed woord over. Er is wel degelijk iets van menselijke opwarming aan de hand, erkent Crok. Alleen: het deel dat aan CO2 toe te schrijven is, valt waarschijnlijk wel mee.

Het interview verwoordt uitstekend hoe ik tegen het IPCC-proces aankijk:

Ik geloof echt dat dit boek eerlijker is. Nu ik zoveel betrokkenen heb gesproken denk ik dat ik een goed beeld heb van hoe het IPCC werkt. Dat is geen discussieplatform, maar een gatekeeper, een portier met een strikt deurbeleid. De lead authors bepalen wat wel en niet in de rapporten wordt opgenomen. Het reviewproces stelt niets voor: ik heb genoeg voorbeelden gezien van wetenschappers die kritiek hadden, echt valide punten, die door de betreffende leidende auteurzonder argumenten werd afgewezen. Met één woord: rejected.

En over de oorzaken van opwarming:

Maar je zegt dus wel dat mensen de opwarming veroorzaken.
Nee, ik zeg dat we verwachten dat de door menselijke activiteit uitgestoten CO2 opwarming zal geven. En ik zeg dat er tussen 1970 en 2000 sprake is geweest van opwarming. Maar dat betekent niet die is veroorzaakt door ons CO2. Er zijn andere kandidaten, zoals fluctuaties in de oceanen, veranderingen in wolkenbedekkingen, menselijke factoren zoals veranderd landgebruik en de uitstoot van roet. CO2 is een factor, maar lang niet de enige. Het is te simpel te denken dat je de opwarming tegen kunt gaan door alleen de CO2-uitstoot te beperken.

Hans Labohm
Het gesprek vond woensdagmiddag plaats en donderdagochtend was de deadline. Ik zou niet graag in de schoenen staan van de Volkskrant-verslaggever. Pagina’s vol met aantekeningen en dan dezelfde avond/nacht nog het verhaal uitwerken. Donderdagochtend had ik het in mijn mailbox. Op het eerste deel van het verhaal had ik vrijwel niets aan te merken, maar in het tweede deel herkende ik mezelf steeds minder in de citaten. Ik stuurde een aangepaste versie terug en veel van die aanpassingen zijn ook overgenomen.
Aan het eind van het verhaal staan echter nog steeds een aantal passages waar ik niet heel gelukkig mee ben of die op zijn minst wat toelichting vereisen. Tijdens het gesprek vroeg Persson mij diverse keren wat ik van Hans Labohm vindt. Ik kreeg de indruk dat van mij een soort statement werd verwacht waarin ik afstand zou nemen van mensen als Hans Labohm. In de trant van: als je zo’n genuanceerd boek schrijft dan moet je toch tegen mensen als Hans Labohm zijn. In het verhaal stond uiteindelijk dit:

Waar is de zon gebleven, waar sceptici als Hans Labohm altijd mee aankomen om de opwarming te verklaren?
De zonne-theorie van Svensmark is flinterdun. Er zijn nog wel andere theorieën waarin de zon een rol speelt. Maar voor de duidelijkheid: ik baseer me op kritische onderzoekers die publiceren in de wetenschappelijke literatuur. Hans Labohm is een opinieschrijver.

Die wel het debat bepaalt.
Mijn stelling is dat er helemaal geen klimaatdebat is in Nederland. Het debat zou gevoerd moeten worden door échte sceptici – wetenschappers dus. Maar die hebben daar geen zin in. Iemand als gletsjeronderzoeker Hans Oerlemans is vrij kritisch, maar die heeft geen zin in het publieke moddergevecht, dus houdt hij zich erbuiten. Daardoor staat hij wel toe dat het debat vervuild wordt. Ik denk trouwens dat de mensen bij het KNMI iemand als Labohm koesteren. Als dat nou het niveau is, zeggen ze, dan mijden we de discussie.
Ook de andere kant kan trouwens flink overdrijven – van Greenpeace tot Pier Vellinga. Met dit boek heb ik de angel uit het moddergevecht willen halen.

Wat in de klimaatdiscussie telkens door elkaar heen loopt is het publieke debat en het wetenschappelijke debat. Mijn boek gaat voor 99% over het wetenschappelijke debat. Mijn stelling luidt dat er geen of nauwelijks een klimaatdebat plaats vindt in de wetenschap. Daar waar het debat gevoerd zou moeten worden, het IPCC, gebeurt dat niet en ook niet in de top wetenschapsbladen zoals Nature en Science. Sterker nog, die bladen schrijven geregeld hoofdredactionele stukken waarin ze sceptici climate change deniers noemen, zonder verder aan te geven wie ze daar onder verstaan.
In het interview gebruikte ik diverse malen de term ‘verziekt’. Ik vind de klimaatwetenschap zelf verziekt. Ik schreef Persson het volgende in een e-mail:

De klimaatwetenschap is gepolitiseerd en verziekt, dat is wat ik duidelijk wilde maken. Daarin speelt Hans Labohm geen enkele rol. Wel mensen als Phil Jones en Michael Mann. Dat zij niet worden teruggefloten door andere wetenschappers is triest. Dat Nature en Science in hun editorials blijven hakken op climate change deniers zonder namen te noemen is triest. Het is voor klimaatsceptici vrijwel onmogelijk geworden hun werk in die bladen gepubliceerd te krijgen, dat is triest. Dat we dit met z’n allen niet door hebben en het IPCC blindelings vertrouwen, dat is triest.

Publieke debat
In het publieke debat speelt Hans Labohm uiteraard wel een belangrijke rol. Ik vind dat actieve klimaatwetenschappers zich veel meer moeten mengen in het publieke debat, maar omdat dat zo’n moddergevecht is houden goede en genuanceerde onderzoekers als Hans Oerlemans zich er liever buiten. Er is daardoor een ‘vacuüm’ ontstaan aan de sceptische zijde van het publieke debat en dat is opgevuld door bekende sceptici als Hans Labohm en Salomon Kroonenberg. Zij hebben dat met verve gedaan, hoewel ik persoonlijk met minder stelligheid over de rol van de zon praat dan bijvoorbeeld Hans Labohm.
Het probleem is alleen dat er in Nederland nauwelijks klimaatonderzoekers zijn die zich publiekelijk kritischer uiten. Tijdens de presentatie maandag noemde ik Bas van Geel daarom de enige Nederlandse klimaatscepticus, omdat hij de enige Nederlandse klimaatonderzoeker is die openlijk sceptisch is. (waarop hij riep vanuit de zaal ‘en ik ben nog links ook’).
In mijn ogen koesteren het KNMI en andere klimaatinstituten deze situatie omdat ze kunnen zeggen ‘oh de kritiek is afkomstig van buitenstaanders als Hans Labohm’. Ze voelen zich eenoog koning. Maar het gaat er helemaal niet om wat het KNMI van Hans Labohm vindt. Het gaat erom wat het KNMI vindt van Lindzen, Spencer, Christy, Pielke sr., Soon en vele andere klimaatonderzoekers die kritische kanttekeningen plaatsen bij de rol van CO2 in de wetenschappelijke literatuur. Maar omdat zij geen Nederlandse onderzoekers zijn spelen die kwesties geen rol in het Nederlandse publieke debat en kan het KNMI bij wijze van spreken net doen of deze kritiek er niet is.
Dat het publieke debat vervuild raakt is bijna een open deur. Daarin speelt namelijk veel meer mee dan alleen wetenschappelijke feiten. Daarin gaat het ook over maatschappelijke en politieke voorkeuren. Maar het wetenschappelijke debat zou zo eerlijk mogelijk gevoerd moeten worden en dat is nu niet het geval. Dat is het belangrijkste punt van mijn boek.

Politiek
In het laatste deel van het interview zou ik suggereren dat het me niet interesseert wat de politiek met mijn boek doet. Dat is natuurlijk niet waar. Ik ben natuurlijk wel degelijk benieuwd wat de politiek ermee zal doen. Wat ik hier bedoelde te zeggen is dat ik niet in de hand heb hoe politici (in dit geval Richard de Mos) met mijn informatie ‘aan de haal gaan’. Aangezien ik dat toch niet in de hand heb interesseert het me ook niet zo.
Mijn antwoord op de laatste vraag in het interview (Je kunt ook zeggen: dit zijn de feiten, nu is de politiek aan zet. Die moet kiezen.) is meer afkomstig uit het boek dan uit het gesprek. Daar is op zichzelf niks mis mee. Alleen wilde Persson er blijkbaar de volgende draai aan geven want hij laat mij zeggen:

Misschien was er daarom zo weinig commotie in de zaal, bij de presentatie. Iedereen leest dat hij gelijk heeft.

Dit zijn zeker niet mijn woorden. Er was weinig commotie in de zaal, denk ik, omdat nog nauwelijks iemand het boek gelezen had. Wat kan je er dan al over zeggen? Ik deed de volgende tekstsuggestie:

Ik hoop wel dat mensen zich snel gaan realiseren dat klimaatbeleid geen CO2-beleid kan zijn. Zolang dat besef niet doordringt zullen alle volgende klimaatconferenties ook floppen.

Geïnterviewd worden door een krant als de Volkskrant is zeer eervol, het is belangrijke aandacht voor je werk, maar het is ook lopen op flinterdun ijs. In een gepolariseerd debat als het klimaatdebat kunnen de kleinste opmerkingen heel anders overkomen. Ik begin nu langzamerhand te begrijpen waarom in bijv. Amerikaanse kranten er alleen letterlijk geciteerd wordt. Citaten zijn daardoor zelden langer dan één zin. In Nederland kennen we de traditie om op basis van gesprekken lange citaten te formuleren. Maar die kunnen dan vrijwel nooit letterlijk zijn.
Het was een leerzame week.